Het rokersbrein

Iedereen kent waarschijnlijk wel iemand met een verslaving aan sigaretten. Die ene collega die elke pauze een sigaret opsteekt, je teamgenoot die direct na de voetbalwedstrijd niet zonder sigaret kan of die ene vriendin die zelfs als het kwik rond het vriespunt ligt de kroeg uitgaat om buiten een sigaret te roken.

De stof in sigaretten waaraan je lichaam verslaafd raakt is nicotine en dit verslavende proces speelt zich af in de hersenen. Nicotine komt via je longen in je brein terecht. In je brein hecht nicotine zich aan de ‘nicotinereceptoren’. Op het moment dat nicotine zich hecht aan de nicotinereceptoren geven deze receptoren ‘dopamine’ af. Dopamine is een stofje dat ervoor zorgt ervoor dat we ons blij voelen. Dopamine wordt ook afgegeven als we bijvoorbeeld iets lekkers eten of als we verliefd zijn. Je hersenen willen als het ware steeds weer dit gevoel van beloning ervaren. In het geval van roken, moet je dan steeds wéér een sigaret roken om dit zelfde euforische gevoel te beleven en dit kan leiden tot een nicotine verslaving.

Smoking-brain

Na verloop van tijd verandert het verslavende stofje ‘nicotine’ het dopamine systeem in het ‘rokersbrein’. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat het brein van rokende mensen steeds gevoeliger raakt voor rook-gerelateerde stimuli. Rokers hebben de automatische neiging om de aandacht te richten op alles was met hun verslaving te maken heeft. Het steeds gevoeliger raken van het brein voor deze prikkels wordt ook wel aandachtsbias genoemd1,2.  De verhoogde aandacht van rokers voor rook gerelateerde stimuli gaat vaak samen met een sterke drang om te gaan roken3. Stel, een roker zit op een zwoele zomerse avond op het terras en ziet een paar tafels verderop iemand een sigaret opsteken, dan zal de roker dit eerder opmerken en zal zijn aandacht even blijven hangen bij die persoon die zojuist een sigaret opsteekt. Doordat hij iemand ziet roken, krijgt hij zelf ook een sterke drang om te gaan roken. Dit komt waarschijnlijk doordat alléén het zien van iemand die een sigaret opsteekt al voldoende is voor afgifte van dopamine in het brein, nog voordat hij zelf het middel tot zich heeft genomen. Deze reactie ontstaat doordat de persoon geleerd heeft om rook-gerelateerde prikkels te koppelen aan het roken zelf, waardoor het dopamine systeem al gaat vuren bij alléén het zien van de rook-gerelateerde stimuli2.

We weten nu dus uit eerder onderzoek dat mensen die roken steeds gevoeliger raken voor rook-gerelateerde stimuli en dat ze een grotere aandachtsbias hebben voor plaatjes met bijvoorbeeld een pakje sigaretten in vergelijking tot mensen die niet roken. Mijn eigen onderzoek richt zich ook op roken en met name op meeroken. We gaan bijvoorbeeld onderzoeken of deze aandachtsbias ook aanwezig is in jongeren die zelf niet roken, maar wel veel zijn blootgesteld aan rook in de omgeving. Onderzoek naar deze processen is erg belangrijk om effectieve therapieën te ontwikkelen die helpen om te stoppen met roken, maar in de eerste plaats om te voorkomen dat iemand verslaafd raakt aan sigaretten. Ik zal jullie dan ook zeker op de hoogte houden van deze resultaten in één van mijn volgende blogs. Ik hoop dat jullie net zo benieuwd zijn als ik.

Deze blog is geschreven door drs. Joyce Dieleman, Radboud Universiteit.

Referenties

  1. Field M and Cox WM (2008). Attentional bias in addictive behaviors: a review of its development, causes, and consequences. Drug Alcohol Depend 97: 1-20.
  1. Franken (2003). Drug craving and addiction: integrating psychological and neuropsychopharmacological approaches. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 27: 563-579.
  1. Field M, Munafo MR, Franken IH (2009). A meta-analytic investigation of the relationship between attentional bias and subjective craving in substance abuse. Psychol Bull 135: 589-607.

Eén reactie

Laat een reactie achter bij Kim Reactie annuleren