Sci-fly: Waarom hebben kinderen een afkeer tegen specifieke voedingsmiddelen?

Het promoten van een gezond eetpatroon bij kinderen is van cruciaal belang voor een normale en gezonde ontwikkeling van het kind. Nu is het zo dat er een steeds groter gat ontstaat tussen de geobserveerde consumptie van groenten en fruit door kinderen en de aanbevolen hoeveelheid. Jonge kinderen kunnen hele moeilijke eters zijn en vooral rond de leeftijd van twee jaar lijken kinderen een grote afkeer te tonen naar bepaalde voedingsmiddelen. Wat de redenen zijn voor dit eetgedrag en de geobserveerde piek rondom de twee jaar, zijn vooralsnog onduidelijk. Vooral de relatie van het eetgedrag van kinderen en de cognitieve ontwikkeling is onduidelijk. Het is belangrijk hier meer van te weten te komen voor de ontwikkeling van efficiënte interventies met als doel een gezond eetpatroon bij kinderen te stimuleren.

KERN
Wat beïnvloedt het eetgedrag van kinderen?
De ontwikkeling van kennis over categorieën in het voedseldomein, maakt dat men iets kan herkennen en beslissingen kan maken of datgene bijvoorbeeld eetbaar is. Het blijkt dat kinderen tussen de twee en vier jaar een onderontwikkelde kennis hebben van categorieën binnen het voedseldomein en slecht presteren op taken waarbij ze foto’s van voedingsmiddelen moeten categoriseren. Verrassend was dat kinderen met kieskeurig eetgedrag of met een sterke afkeer naar nieuwe voedingsmiddelen, ook slechter op deze categorisatie-taken presteren vergeleken met leeftijdgenoten. Kinderen met eetproblemen lijken te rederneren aan de hand van zichtbare kenmerken en niet op een categorie waartoe het voedingsmiddel behoort. Dit zorgt ervoor dat ze een nieuw voedingsmiddel als niet-eetbaar kunnen categoriseren en ervaren.

Wat is de relatie tussen de ontwikkeling van kennis in categorieën van het voedseldomein en eetgedrag?
Deze studie laat zien dat hoe meer eetproblemen een kind vertoont, hoe slechter de prestatie op categorisatie-taken op het gebied van groenten en fruit. Kinderen met sterke eetproblemen blijken een achterblijvende kennis te hebben van categorieën binnen het voedseldomein, beoordelen voedingsmiddelen op kleur en ervaren het als niet-eetbaar wanneer het perceptueel teveel van hun prototype afwijkt. Deze kennis kan gebruikt worden om efficiënte opvoedingsprogramma’s te ontwerpen met als doel kinderen te leren redeneren vanuit een categorie en op die manier te besluiten dat een nieuw voedingsmiddel eetbaar is of niet. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat kinderen minder gauw een afkeer gaan vormen naar nieuwe voedingsmiddelen.

ONDERZOEKSMETHODE
Deze studie heeft onderzocht of en hoe de prestatie op categorisatie-taken verschilt op basis van individueel eetgedrag in kinderen. Om te onderzoeken welke informatie van voedingsmiddelen het meeste invloed had op de ontwikkeling van kennis over categorieën en op hun resulterende eetgedrag, werden drie verschillende condities gebruikt. In de eerste conditiegroep kregen kinderen zowel een foto te zien als woorden te horen, de tweede conditiegroep kreeg alleen een foto te zien en in de laatste groep kregen ze alleen een woord te horen. De kinderen werden random toegewezen tot een conditiegroep.

Hiervoor onderzochten zij 126 kinderen tussen de twee en zes jaar uit Frankrijk. Om te meten hoe het eetgedrag van de kinderen was, kregen de kinderen een vragenlijst. Om dit te meten werd de ‘Child Food Rejection Scale (CFRS)’ gebruikt, die zowel hun kieskeurigheid meet als de afkeer tegen nieuwe voedingsmiddelen. Een hoge score betekende meer eetproblemen.

De categorisatie-taak bestond uit acht rondes telkens van drie foto’s: een doelfoto en twee testfoto’s. De doelfoto was altijd een groentesoort, ofwel een tomaat of een courgette. De eerste testfoto was een ander soort groente, die dus tot dezelfde categorie behoort, maar een andere kleur had. De tweede testfoto was een fruitsoort die dus niet tot dezelfde categorie behoort, maar dezelfde kleur had als de doelfoto. Om te zorgen dat andere zichtbare kenmerken geen invloed hadden op de prestatie van de kinderen tijdens de taak, hadden de groenten en fruitsoorten allemaal dezelfde vorm.

categorisatie groente

Elke ronde kregen de kinderen een nieuw kenmerk te horen over de doelfoto en werd ze daarna gevraagd; welke van de twee testfoto’s dit kenmerk volgens hen ook bevat. De kinderen kregen een punt wanneer zij redeneerden vanuit een categorie, en dus het andere groentesoort aangaven. Wanneer zij perceptueel-consistente antwoorden gaven (op basis van kleur) dan kregen ze geen punt. Deze scores werden opgeteld voor alle 8 de rondes om het aantal categorie-consistente antwoorden te meten.

VONDSTEN
De onderzoekers kwamen met de volgende bevindingen:

  • Er was een groot effect te zien van de verschillende condities; kinderen in de woord-conditiegroep presteerden beter tijdens de taak dan kinderen in de andere twee condities;
  • Hoe hoger de score op de CFRS vragenlijst, hoe slechter de prestaties tijdens de taak;
  • Leeftijd, complexiteit of blootstelling aan gebruikte groenten en fruit hadden allemaal geen effect op de prestaties.

Terugkomend op de vraag:

Is er een relatie tussen eetgedrag en de ontwikkeling van kennis in categorieën in het voedseldomein bij jonge kinderen?
Er is een sterke relatie tussen eetgedrag en de ontwikkeling van kennis in categorieën op het voedseldomein; hoe meer eetproblemen, hoe minder ontwikkeld de kennis van categorieën in het voedseldomein en hoe meer er gebruik wordt gemaakt van zichtbare kenmerken om conclusies te trekken of iets bijvoorbeeld eetbaar is.

DETAILS
Rioux, C., Lafraire, J., & Picard, D. (2018). Food rejection and the development of food category-based induction in 2–6 years old children. Journal of Cognitive Psychology30(1), 5-17.

Geschreven door Kelly van Egmond, research master studente Donders Instituut.

Eén reactie

  1. Wilma Smith

    zou het niet een idee zijn om ouders eens te vragen wat zij denken dat er aan de hand is? En heeft het niet heel veel te maken met de ontwikkeling van een eigen “ik” en het aangeven van grenzen? Baas in eigen buik?
    Het lijkt vaak vrij willekeurig waar ze “opeens” niet meer van houden, en later ook weer wel. De smaak ontwikkelt zich in deze periode, dus dat is ook nog een factor. Op den duur leren ze het merendeel weer eten – en dat heeft veel te maken met hoe de ouders zelf met hun eigen eten omgaan, wat voor voorbeeld ze geven, en hoe ze het eten aan bieden.
    Ik heb ook gezien dat wat oudere kinderen bijvoorbeeld heel graag iets eten dat ze zelf hebben zien groeien in hun tuintje, waar ze zelf voor gezorgd hebben. laten helpen met eten maken helpt vaak, enzovoort.

Laat een reactie achter bij Wilma Smith Reactie annuleren