Categorie: blog

Envision your future – an approach to quitting smoking

*Dutch follows English*

Individuals with substance use problems, such as excessive smoking, tend to prefer instant gratification rather than delayed gratification (1). They are aware of the ill effects but find it challenging to quit. For example, Rick is a heavy smoker who wants to quit for his respiratory health. Yet, in a moment of craving, the immediate reward of smoking seems more appealing in comparison to the long-term reward of healthier lungs, with the latter requiring more self-control. I will now explain this more technically, bear with me.

Delay discounting is the process by which the perceived value of a reward reduces as a function of time to its receipt; that is the later we are to receive a reward, the less we tend to value it (2). To illustrate, if I offer you EUR 10 today or EUR 100 in 3 months, which would you choose? Probably the second. Next, if I offer you EUR 10 today or EUR 20 in 3 months, you might wonder if it’s worth the wait. In both cases, the delayed reward was greater than the immediate reward and offered against the same immediate reward. Yet, how much greater the reward is (to us) makes a difference.

Typically, we each attach a subjective value to the immediate and delayed reward, and this value determines our choice. The option evaluated more highly in that moment and context is the one we choose. Naturally, everyone is different in their evaluation of these rewards. Therefore, we each have our own tipping point – the point when the immediate and delayed rewards are evaluated equally and the choice shifts in favour of the immediate reward, like in the second option above. In people with addiction, this tipping point is reached sooner. Logically, one approach to helping people wanting to quit substance use is reducing their tendency to discount delays and exert more self-control to work toward delayed rewards.

Researchers have been developing and testing methods to reduce delay discounting in people with substance use problems and poor eating behaviours with the intention to prime them to think about their future. For example, people are encouraged to visualize their future in terms of events they are looking forward to, like a summer holiday to Paris or running a marathon in 6 months (episodic future prime; EFP) (3, 4, 5). It helps people pre-experience something they are working toward and in turn, reduce delay discounting and exert more self-control when contemplating smoking in a weak moment. This way they can save money for Paris tickets or improve lung capacity for the marathon.

Similarly, in another intervention, people are asked to spend more time thinking about their future through a writing task (future thinking prime; FTP) (6). Participants are given specific words using which they write a paragraph about themselves. The word list is designed such that they write about their ideas for their future self and thus, spend time thinking about their ideal future. In summary, re-orienting to stay reminded of the better version of ourselves we are working toward can do us some good.

Both EFP and FTP reduce delay discounting, and more so in people with substance use problems (7). There are also some indications that improvements in delay discounting can help reduce smoking (3, 4) through indirect measurements of smoking in hypothetical situations. Unfortunately, evidence for the direct link to successfully quitting is still missing. In the future, delay discounting interventions should measure the effect on smoking through abstinence rates or weekly smoking post-intervention. Such evidence can back the intervention strongly and guide the use of future-oriented thinking for smoking cessation in therapeutic settings as well.

This blog was written by Suhaavi Kochhar (PhD candidate Radboud University) for RAD-blog, the blog about smoking, alcohol, drugs and diet.

References

  1. Barlow, P., McKee, M., Reeves, A., Galea, G., & Stuckler, D. (2016). Time-discounting and tobacco smoking: a systematic review and network analysis. International Journal of Epidemiology, 46(3), dyw233. https://doi.org/10.1093/ije/dyw233
  2. Da Matta, A., Gonçalves, F. L., & Bizarro, L. (2012). Delay discounting: Concepts and measures. Psychology & Neuroscience, 5(2), 135–146. https://doi.org/10.3922/j.psns.2012.2.03
  3. Chiou, W. B., & Wu, W. H. (2017). Episodic Future Thinking Involving the Nonsmoking Self Can Induce Lower Discounting and Cigarette Consumption. Journal of Studies on Alcohol and Drugs, 78(1), 106–112. https://doi.org/10.15288/jsad.2017.78.106
  4. Stein, J. S., Wilson, A. G., Koffarnus, M. N., Daniel, T. O., Epstein, L. H., & Bickel, W. K. (2016). Unstuck in time: episodic future thinking reduces delay discounting and cigarette smoking. Psychopharmacology, 233(21–22), 3771–3778. https://doi.org/10.1007/s00213-016-4410-y
  5. Stein, J. S., Tegge, A. N., Turner, J. K., & Bickel, W. K. (2017). Episodic future thinking reduces delay discounting and cigarette demand: an investigation of the good-subject effect. Journal of Behavioral Medicine, 41(2), 269–276. https://doi.org/10.1007/s10865-017-9908-1
  6. Shevorykin, A., Pittman, J. C., Bickel, W. K., O’connor, R. J., Malhotra, R., Prashad, N., & Sheffer, C. E. (2019). Primed for Health: Future Thinking Priming Decreases Delay Discounting. Health Behavior and Policy Review, 6(4), 363–377. https://doi.org/10.14485/hbpr.6.4.5
  7. Shevorykin, A., Bickel, W. K., Carl, E., & Sheffer, C. E. (2021). Future Thinking Priming Especially Effective at Modifying Delay Discounting Rates among Cigarette Smokers. International Journal of Environmental Research and Public Health, 18(16), 8717. https://doi.org/10.3390/ijerph18168717

Stel je toekomst voor – een aanpak om te stoppen met roken

*Disclaimer: Houd er rekening mee dat delen van deze blog automatisch zijn vertaald.*

Mensen met problematisch middelengebruik, zoals overmatig roken, geven de voorkeur aan onmiddellijke beloning/voldoening in plaats van uitgestelde beloning/voldoening (1). Zij zijn zich bewust van de nadelige gevolgen, maar vinden het een uitdaging om te stoppen. Rick is bijvoorbeeld een zware roker die wil stoppen voor zijn luchtwegen. Toch lijkt in een moment van hunkering de onmiddellijke beloning van het roken aantrekkelijker in vergelijking met de beloning op lange termijn van gezondere longen (wat meer zelfbeheersing vereist). In dit blog leg ik dit mechanisme in meer detail uit.

“Delay discounting” is het proces waarbij de waargenomen waarde van een beloning afneemt naarmate de tijd tot de ontvangst ervan verstrijkt; met andere woorden, hoe later we een beloning ontvangen, hoe minder we geneigd zijn er waarde aan te hechten (2). Ter illustratie: als ik jou vandaag 10 euro geef of 100 euro over 3 maanden, wat zou u dan kiezen? Waarschijnlijk het tweede. Als ik jou vervolgens vandaag 10 euro of over 3 maanden 20 euro geef, kun je je afvragen of het wachten de moeite waard is. In beide gevallen is de uitgestelde beloning groter dan de onmiddellijke beloning en wordt deze tegenover dezelfde onmiddellijke beloning aangeboden. Toch maakt de waarde die we hechten aan de uitgestelde beloning voor ons het verschil.

Kenmerkend is dat we elk een subjectieve waarde hechten aan de onmiddellijke en de uitgestelde beloning, en deze waarde bepaalt onze keuze. De optie die op dat moment en in die context het hoogst wordt gewaardeerd, is degene die we kiezen. Natuurlijk is iedereen verschillend in zijn evaluatie van deze beloningen. Daarom hebben we allemaal ons eigen omslagpunt – het punt waarop de onmiddellijke en uitgestelde beloningen gelijkwaardig worden geëvalueerd en de keuze verschuift ten gunste van de onmiddellijke beloning, zoals in de tweede optie hierboven. Bij mensen met een verslaving wordt dit omslagpunt eerder bereikt. Logischerwijs is een van de manieren om mensen die willen stoppen met middelengebruik te helpen, het verminderen van hun neiging om vertragingen te negeren en meer zelfcontrole uit te oefenen om te werken aan uitgestelde beloningen.

Onderzoekers hebben methoden ontwikkeld en getest om uitstelgedrag te verminderen bij mensen met problematisch middelengebruik en ongezond eetgedrag, met de bedoeling hen aan te zetten tot nadenken over hun toekomst. Mensen worden bijvoorbeeld aangemoedigd om hun toekomst te visualiseren in termen van gebeurtenissen waar ze naar uitkijken, zoals een zomervakantie naar Parijs of het lopen van een marathon over 6 maanden (episodic future prime; EFP) (3, 4, 5). Het helpt mensen iets voor te beleven waar ze naar toe werken en op hun beurt delay discounting te verminderen en meer zelfcontrole uit te oefenen wanneer ze op een zwak moment overwegen te gaan roken. Op die manier kunnen ze geld sparen voor tickets naar Parijs of hun longcapaciteit voor de marathon verbeteren.

Bij een andere interventie wordt mensen gevraagd om meer tijd te besteden aan het nadenken over hun toekomst door middel van een schrijftaak (future thinking prime; FTP) (6). Deelnemers krijgen specifieke woorden waarmee ze een alinea over zichzelf schrijven. De woordenlijst is zo opgesteld dat ze schrijven over hun ideeën voor hun toekomstige zelf en zo tijd besteden aan het nadenken over hun ideale toekomst. Samenvattend kan het ons goed doen ons te heroriënteren op de betere versie van onszelf waar we naar toe werken.

Zowel EFP als FTP verminderen delay discounting, en nog meer bij mensen met middelengebruiksproblemen (7). Er zijn ook aanwijzingen dat verbeteringen in het negeren van de wachttijd kunnen helpen het roken te verminderen (3, 4) door indirecte metingen van het roken in hypothetische situaties. Helaas ontbreekt nog bewijs voor het directe verband met succesvol stoppen met roken. In de toekomst zouden interventies voor vertraagde negering het effect op roken moeten meten aan de hand van abstinentiepercentages van wekelijks roken na de interventie. Dergelijk bewijs kan de interventie sterk ondersteunen en richting geven aan het gebruik van toekomstgericht denken voor stoppen met roken ook binnen de therapeutische context.

Deze blog is geschreven door Suhaavi Kochhar (PhD kandidaat Radboud Universiteit) voor RAD-blog, de blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Heeft duurzaamheid een plaats in hedendaagse opvoedinterventies?

*Do you want to read this blog in English? Now it is possible and very easy! On the top right of the website, you will see a small sign that says “Dutch”. Just click on it and switch from Dutch to English. Disclaimer: Please note that this blog is automatically translated.*

Klimaatverandering wordt steeds vaker gezien als de grootste bedreiging van de 21e eeuw1. Niet alleen de gezondheid van de planeet staat op het spel, maar ook die van haar bewoners. De opwarming van de aarde heeft desastreuse gevolgen voor onze basisbehoeften (zoals een verminderde kwaliteit van lucht, water en eten)2 en ons mentaal welzijn (waaronder een toename van angst, verdriet en woede rondom het klimaat)3. Aanpassingen om verdere klimaatopwarming tegen te gaan zijn onvermijdelijk, welke met name impact zullen gaan hebben op volgende generaties. Voor ouders ligt er daarom een steeds belangrijkere rol in zowel het stimuleren van duurzame gedragingen om de ernst van klimaatverandering te beperken, als het voorbereiden van hun kinderen op de gevolgen die klimaatverandering met zich mee zal brengen.4 Er zijn echter nog weinig interventieprogramma’s voorhanden die ouders in deze nieuwe opvoedtaak kunnen ondersteunen4, waardoor ouders deze grotendeels op eigen kracht moeten invullen.

Een type interventie die zou kunnen inhaken op (de gevolgen van) klimaatverandering en ouders handvatten kan bieden voor het stimuleren van duurzaam gedrag, zijn interventies die inzetten op een gezonde eetopvoeding. Hoeveel en wat we eten en hoe dit voedsel wordt geproduceerd heeft een grote impact op het milieu5,6, waardoor individuele voedselkeuzes een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van de klimaatdoelen.7 Recente onderzoeken identificeerden het geven van borstvoeding en het eten van minder onbewerkte en meer plantaardige voeding als belangrijke eetgewoonten voor zowel de gezondheid van het kind als dat van de planeet.8,9 Een win-win situatie dus. Hoewel er naar dit onderwerp nog weinig onderzoek is gedaan, zijn er aanwijzingen dat ouders bereid zijn om hun eigen eetgedrag en -opvoeding uit duurzaamheidsoverwegingen te veranderen. Zo zeggen (aanstaande) Nederlandse moeders meer groenten en minder suiker te consumeren10, wat het voedselaanbod voor hun kinderen ook gunstig kan beïnvloeden. Wellicht speelt de huidige COVID-19 pandemie ook een rol in de motivatie van ouders om hun eetopvoeding aan te passen. Franse ouders rapporteerden namelijk een stijging in het aantal gezonde en duurzame producten dat zij kochten tijdens de lockdown in vergelijking met de periode daarvoor.11 Kinderen lijken daarnaast al vanaf jonge leeftijd geïnteresseerd in het welzijn van de planeet12 en ouders kunnen hier op inhaken door milieubewuste en gezonde eetgewoonten te stimuleren, zoals kweken van groenten.4

Concluderend lijken er kansen te liggen voor het integreren van duurzaamheid in interventies gericht op de eetopvoeding om zowel de gezondheid van kinderen als die van de planeet te bevorderen. Meer onderzoek naar de visie van ouders op (de gevolgen van) klimaatverandering en de manier waarop zij hun opvoeding hierop (willen) aanpassen is cruciaal om zulke interventies vorm te geven en kansrijk te maken.4 Daarnaast is er nog weinig onderzoek gedaan naar de mentale en emotionele gevolgen van klimaatverandering op ouders zelf, hoewel hun toenemende zorgen mogelijk worden gereflecteerd in de stijging van het aantal oudersupportgroepen zoals Climate Mama. 4 De mate waarin ouders responsief kunnen inspelen op de behoeften van hun kinderen (als gevolg van de klimaatproblematiek) is grotendeels afhankelijk van hun eigen vermogen om met de situatie om te gaan.13 Interventies die willen gaan inzetten op klimaatopvoeding doen er daarom goed aan om ook aandacht te besteden aan het welzijn van ouders zelf (zie ook de eerdere RAD-blog die ik schreef over dit thema).

Deze blog werd geschreven door Levie Karssen (Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties

  1. Costello, A., Abbas, M., Bail, S., Ball, S., Belamy, R., Fitel, S., & Patterson, C. (2009). Managing the health effects of climate change. The Lancet, 373, 1693–1708. doi: 10.1016/S0140-6736(09)60935-1
  2. Watts, N., Adger, W. N., Agnolucci, P., Blackstock, J., Byass, P., Cai,W., … Costello, A. (2015). Health and climate change: Policy responses to protect public health. Lancet, 386, 1861–1914. doi: 10.1016/S0140-6736(15)60854-6
  3. Strife, S. J. (2012). Children’s environmental concerns: Expressing ecophobia. Journal of Environmental Education, 43, 37–54. doi:10.1080/00958964.2011.602131
  4. Sanson, A. V., Burke, S. E., & Van Hoorn, J. (2018). Climate change: Implications for parents and parenting. Parenting, 18(3), 200-217. doi: 10.1080/15295192.2018.1465307
  5. Aleksandrowicz, L., Green, R., Joy, E. J., Smith, P., & Haines, A. (2016). The impacts of dietary change on greenhouse gas emissions, land use, water use, and health: A systematic review. PloS One11(11), e0165797. doi: 10.1371/journal.pone.0165797
  6. Springmann, M., Godfray, H. C. J., Rayner, M., & Scarborough, P. (2016). Analysis and valuation of the health and climate change cobenefits of dietary change. Proceedings of the National Academy of Sciences113(15), 4146-4151. doi: 10.1073/pnas.1523119113
  7. Lindgren, E., Harris, F., Dangour, A. D., Gasparatos, A., Hiramatsu, M., Javadi, F., … & Haines, A. (2018). Sustainable food systems: A health perspective. Sustainability Science13(6), 1505-1517. doi: 10.1007/s11625-018-0586-x
  8. Laws, R., Adam, M., Esdaile, E., Love, P., & Campbell, K. J. (2022). What works to improve nutrition and food sustainability across the first 2000 days of life: A rapid review. Nutrients, 14(4), 731. doi: 10.3390/nu14040731
  9. Willett, W., Rockström, J., Loken, B., Springmann, M., Lang, T., Vermeulen, S., … & Murray, C. J. (2019). Food in the Anthropocene: The EAT–Lancet Commission on healthy diets from sustainable food systems. The Lancet, 393(10170), 447-492. doi: 10.1016/S0140-6736(18)31788-4
  10. Sanoma (2019). Duurzaamheid: First Time Mums onderzoek. Verkregen van https://bin.snmmd.nl/m/i3cyl0zuu5yv.pdf/infographic_duurzaamheidftm.pdf
  11. Philippe, K., Chabanet, C., Issanchou, S., & Monnery-Patris, S. (2021). Child eating behaviors, parental feeding practices and food shopping motivations during the COVID-19 lockdown in France: (How) did they change? Appetite, 161, 105132. doi: 10.1016/j.appet.2021.105132
  12. Engdahl, I. (2015). Early childhood education for sustainability: The OMEP world project. International Journal of Early Childhood, 47, 347–366. doi: 10.1007/s13158-015-0149-6
  13. Ronan, K., & Johnson, D. M. (2005). Promoting community resilience in disasters. The role for schools, youth and families. New York, NY: Springer.


Ballonnetje doen? Blog over de houding van Utrechtse studenten tegenover het recreatief gebruik van lachgas

De laatste jaren wint de drug lachgas steeds meer aan populariteit onder uitgaande jongeren1. De drug is legaal verkrijgbaar en geeft een hallucinerend en trippend effect, dat kan leiden tot euforische gevoelens en lachbuien2,3. Maar veelvuldig gebruik brengt ook verschillende gezondheidsrisico’s met zich mee, zoals hoofdpijn, verwarring, neurologische stoornissen en verlamming2-7. Er zijn in de media alarmerende berichten verschenen over jongeren die meer dan 100 ballonnen per dag gebruiken. Tientallen van hen hebben daar dwarslaesies aan overgehouden8. De drugsbeoordelingscommissie beoordeelde het risico van lachgas voor de volksgezondheid ‘matig tot groot’9. Deze beoordeling was voor staatssecretaris Blokhuis aanleiding om een oproep te doen om lachgas toe te voegen aan de opiumlijst. Vanaf 2022 wordt bezit van en handel in lachgas illegaal10

Vorig jaar heb ik voor mijn scriptie onderzoek gedaan naar de houding en mening van Utrechtse studenten tegenover lachgasgebruik, met als doel het maken van een inschatting over de effectiviteit van een verbod op recreatief lachgasgebruik. Voor dit onderzoek heb ik een selecte steekproef uitgevoerd waarbij 82 studenten een vragenlijst hebben ingevuld. Vervolgens zijn 17 van hen, door middel van een quotasteekproef, benaderd voor een interview.  

Uit de antwoorden van de studenten bleek dat de meerderheid (59%) van de Utrechtse studenten geen lachgas gebruikt. Als zij dit wel doen, is dit altijd in het bijzijn van vrienden en op feestjes. Veelal wordt dit gebruik dan met alcohol gecombineerd. De voornaamste redenen die voor gebruik genoemd werden zijn de verwachte (korte termijn) positieve effecten. Uit andere bronnen blijkt dat na één inademing uit een ballon binnen 10 seconden een euforisch, aangenaam en vreugdevol gevoel wordt opgewerkt wat binnen enkele minuten weer verdwijnt2,3. Sociale media speelde in de resultaten van het scriptieonderzoek een veel minder grote rol bij het initiëren van lachgasgebruik dan op basis van eerder onderzoek10 verwacht werd. 

Studenten die geen lachgas gebruiken, gaven aan dat zij er geen behoefte aan hebben, tegen het gebruik van drugs zijn en het niet nodig hadden om een leuk feestje te hebben. Bovendien schatten zij vaker in dat het gebruik van lachgas schadelijke effecten heeft, terwijl veel lachgasgebruikers de risico’s van hun eigen gebruik lijken te bagatelliseren. Vrijwel allemaal gaven zij aan dat zij lachgas niet als noemenswaardige drug beschouwen, vanwege de laagdrempeligheid ervan. 

Lachgas is makkelijk verkrijgbaar en de effecten duren relatief kort11,12. Het lijkt aannemelijk dat de eenvoudige beschikbaarheid het gebruik stimuleert. Studenten gaven aan dat een verbod op lachgas hen niet zou weerhouden om te gebruiken, maar dat een gebrek aan beschikbaarheid als gevolg van het verbod hun gebruik wel zou laten afnemen. Bovendien kan een verbod aandacht vestigen op de schadelijke gevolgen van lachgas, waardoor de risicoperceptie wordt vergroot en gebruik verminderd kan worden13. Aan de andere kant kan een verbod er ook voor zorgen dat er juist meer nieuwsgierigheid gewekt wordt, omdat het verboden is en daardoor spannender om te gebruiken. Er wordt daarom verwacht dat een verbod op lachgas het gebruik enigszins zal doen afnemen, maar dat het effect beperkt zal blijven. 

Deze blog werd geschreven door Thirza Ham voor de cursus Recente Ontwikkelingen in Risicogedrag, master PWO (Radboud Universiteit), 2021. 

Referenties
1. Van Laar, M.W., Cruts, A. A. N., van Miltenburg, C. J. A., Strada, L., Ketelaars, A. P. M., Croes, E. A., … Meijer, R. F. (2019). Nationale Drug Monitor: Jaarbericht 2019. Utrecht/Den Haag: Trimbos-instituut/WODC.
2. Van Amsterdam, J., Nabben, T., & van den Brink, W. (2015). Recreational nitrous oxide use: Prevalence and risks. Regulatory Toxicology and Pharmacology73(3), 790–796. doi:10.1016/j.yrtph.2015.10.017
3. Voogt, L., & van Pelt, H. (2019). Wat weet u van lachgas?. Tandartspraktijk40(7), 8–12. doi:10.1007/s12496-019-0091-0
4. Garakani, A., Jaffe, R. J., Savla, D., Welch, A. K., Protin, C. A., Bryson, E. O., & McDowell,          D. M. (2016). Neurologic, psychiatric, and other medical manifestations of nitrous oxide abuse: A systematic review of the case literature. The American Journal on Addictions25(5), 358-369. doi:10.1111/ajad.12372
5. Glijn, N. H. P., van der Linde, D., Ertekin, E., Van Burg, P. L. M., Grimbergen, Y. A., &    Libourel, E. J. (2017). Is nitrous oxide really that joyful. The Netherlands Journal of Medicine75(7), 304-306.
6. Keddie, S., Adams, A., Kelso, A. R., Turner, B., Schmierer, K., Gnanapavan, S., … Noyce, A. J. (2018). No laughing matter: subacute degeneration of the spinal cord due to nitrous oxide inhalation. Journal of Neurology265(5), 1089-1095. doi:10.1007/s00415-018-8801-3
7. Monshouwer, K., Van der Pol, P., Drost, Y. C., & Van Laar, M. W. (2016). Het Grote Uitgaansonderzoek 2016: Uitgaanspatronen, middelengebruik en preventieve maatregelen onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Utrecht: Trimbos-instituut.
8. Thijssen, W. (2020, June 25). Tientallen dwarslaesies als gevolg van lachgasgebruik. Retrieved October 17, 2021, from https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/tientallen-dwarslaesies-als-gevolg-van-lachgasgebruik~b939eba5/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
9. Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs [CAM], Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2019). Risicobeoordeling lachgas. Geraadpleegd op 6 juni 2020 van https://www.rivm.nl/documenten/cam-rapport-risicobeoordeling-lachgas
10. Rijksoverheid. (2019, 9 december). Blokhuis verbiedt lachgas door plaatsing onder Opiumwet. Geraadpleegd op 6 juni 2020 van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/09/blokhuis-verbiedt lachgas-door-plaatsing-onder-opiumwet
11. Nabben, T., van der Pol, P., & Korf, D. J. (2017). Roes met een luchtje: Gebruik, gebruikers en markt van lachgas. Amsterdam: Rozenberg Publishers.
12. Luijk, S. J., & Nijkamp, L. M. (2019). Recreatief lachgasgebruik en gezondheidsrisico’s. JGZ Tijdschrift Voor Jeugdgezondheidszorg51(1), 2–7. doi:10.1007/s12452-018-00166-z
13. Blocker, J. S. (2006). Did Prohibition Really Work? Alcohol Prohibition as a Public Health Innovation. American Journal of Public Health96(2), 233–243. doi:10.2105/ajph.2005.065409

Netflix vs De Rookvrije Generatie

Zoals bekend speelt de omgeving een belangrijke rol bij het beginnen met roken1. Maar, wat valt er nou eigenlijk allemaal onder ‘de omgeving’? Vaak wordt gedacht aan vrienden, school en sportclubs. Maar, óók het beeldscherm kan geschaald worden onder ‘de omgeving’. Hoewel reclame maken voor tabaksproducten al sinds 2002 verboden is in Nederland, wordt in films en series nog volop gerookt. Is dat dan geen ‘reclame’ voor het roken en welke invloed heeft dit op het beginnen met roken bij jongvolwassenen?

Al in 2003 stelden Dalton en collega’s2, dat het kijken naar roken in films sterk voorspelt of jongvolwassenen al dan niet beginnen met roken. Ook werd gevonden dat het effect significant toeneemt bij grotere blootstelling. Jongvolwassenen die het vaakst zien dat er wordt gerookt in films, hadden bijna drie keer meer kans om te beginnen met roken dan degenen met de minste blootstelling aan roken. Deze bevindingen werden vervolgens in 2005 ondersteund door reviewonderzoek van Charlesworth en Glantz3. Identificatie met een rokend karakter lijkt de overtuigingen en attitudes richting tabaksgebruik en de intentie om te roken te bevorderen bij jongvolwassenen. Ook interessant was dat bij rokers de blootstelling aan roken in films hun verlangen om te roken verhoogde, de kans dat zij in de toekomst zouden roken verhoogde en zij daarnaast ook een positief beeld van roken ervaarden.

Als gevolg van eerdergenoemd onderzoek was het logisch geweest als, na het verbod op tabaksreclame in 2002, ook een verbod zou komen op roken in films en series. Toch zijn deze regels er (nog) niet, terwijl ondertussen ook onderzoek uit 2012 van Cin, Stoolmiller en Sargent4, met bewijs kwam dat blootstelling aan roken in films geassocieerd werd met een verhoogde mate van het beginnen met roken. Dit werd nog eens benadrukt door onderzoek van Arora en collega’s5 naar het verband tussen tabaksgebruik in Bollywoodfilms en tabaksgebruik onder Indiase jongvolwassenen. Zij stelden dat, zelfs na correctie voor demografische kenmerken, sociale invloeden en kind- en opvoedingskenmerken, de kans om ooit tabak te gebruiken meer dan het dubbele was voor mensen die veel werden blootgesteld aan roken in films, vergeleken met mensen die weinig werden blootgesteld aan roken in films.

Gezien de vele negatieve effecten die roken kan hebben op iemands gezondheid6, het al bestaande verbod op tabaksreclame en de promotie die roken in films met zich meebrengt, lijkt het vanzelfsprekend dat ook voor dat laatste duidelijke regels en afspraken worden opgesteld. Zeker met de campagne van de Rookvrije Generatie in het achterhoofd, is roken in films en series misschien zelfs wel niet meer iets van deze tijd.

Deze blog werd geschreven door Ilse Klijnsma voor de cursus Recente Ontwikkelingen in Risicogedrag, master PWO (Radboud Universiteit), 2021. 

Referenties
1. Wellman, R. J., Dugas, E. N., Dutczak, H., O’Loughlin, E. K., Datta, G. D., Lauzon, B., & O’Loughlin, J. (2016). Predictors of the Onset of Cigarette Smoking. American Journal of Prevetive Medicine, 51(5), 767-778.
2. Dalton, M. A., Sargent, J. D., Beach, M. L., Titus-Ernstoff, L., Gibson, J. J., Bridget Ahrens, M., Tickle, J. J., & Heatherton, T. F. (2003). Effect of viewing smoking in movies on adolescent smoking initiation: a cohort study. The Lancet, 362, 281-285.
3. Charlesworth, A., & Glantz, S. A. (2005). Smoking in the Movies Increases Adolescent Smoking: A Review. Pediatrics, 116(6), 1516-1528. doi: 10.1542/peds.2005-0141.
4. Cin, S. D., Stoolmiller, M., & Sargent, J. D. (2012). When Movies Matter: Exposure to Smoking in Movies and Changes in Smoking Behavior. Journal of Health Communication, 17(1), 76-89. doi: 10.1080/10810730.2011.585697.
5. Arora, M., Methur, N., Gupta, V. K., Nazar, G. P., Srinath Reddy, K., & Sargent, J. D. (2012). Tobacco use in Bollywood movies, tobacco promotional activities and their association with tobacco use among Indian adolescents. Tobacco Control, 21, 482-487. doi: 10.1136/tc.2011.043539.
6. Mackenbach, J. P., Damhuis, R. A., & Been, J. V. (2017). The effects of smoking on health: Growth of knowledge reveals even grimmer picture. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde, 160, 869-869.

‘Ontsnappen aan de werkelijkheid’: Aantal gameverslavingen onder jongeren toegenomen tijdens COVID-19 pandemie

De COVID-19 pandemie houdt ons al ruim anderhalf jaar in haar greep. Lockdown, quarantaine, thuisonderwijs en avondklok zijn begrippen die de afgelopen tijd ineens werkelijkheid zijn geworden. Door het zogeheten social distancing werden sociale situaties massaal vermeden. Winkels, scholen, sportclubs en horecagelegenheden werden gesloten en ook thuis werd er amper bezoek ontvangen. Deze maatregelen leidden tot sociale isolatie en dat heeft veel invloed gehad op de mentale gezondheid van jongeren1

Door de sociale isolatie vond een groot deel van de leefwereld van Nederlandse jongeren online plaats. Er werd immers van jongeren gevraagd om het onderwijs digitaal te volgen, maar ook sociale contacten moesten met name online onderhouden worden. Hierdoor werd de drempel om voor een scherm te gaan zitten steeds lager2. Er werden dan ook meer videogames gespeeld door jongeren tijdens de pandemie dan voorheen3,4.

Daarnaast kan de COVID-19 pandemie beschouwd worden als een stressvolle situatie, waardoor jongeren een uitweg zoeken in bijvoorbeeld gamen1. De gevolgen van de pandemie op de mentale gezondheid zijn namelijk vrij ernstig. Volgens het Trimbos Instituut is er sinds COVID-19 meer sprake van eenzaamheid, gedragsproblematiek, angst, depressie en eetproblematiek5. Door een game controller te pakken kan iemand tijdelijk ontsnappen aan de werkelijkheid. Even vluchten voor de gevolgen van de pandemie. Weg uit de ‘echte’ wereld en een kijkje nemen in de veilige, virtuele wereld. Ik geef ze geen ongelijk.

Het lijkt misschien onschuldig, maar het aantal gameverslavingen onder de jongeren is fors toegenomen tijdens de COVID-19 pandemie4,6,7. Een gameverslaving wordt vaak onterecht als minder problematisch beschouwd in vergelijking met een alcohol- of drugsverslaving8. Bovendien wordt de kans op mentale problemen onder jongeren alleen maar groter door een gameverslaving1. Zo kan frequent gamegedrag leiden tot isolering, verstoring van het levensritme, slapeloosheid en school- of werkuitval9. Het sociale leven van een jongere met een gameverslaving wordt dan nog meer op de proef gesteld en de stap naar de ‘echte’ wereld wordt steeds groter. Er kan dan sprake zijn van eenzaamheid en een negatief zelfbeeld, waardoor de verleiding om te gamen alleen maar toeneemt. Er valt dan te spreken over een neerwaartse spiraal. 

Er zijn dus genoeg redenen om de toename van gameverslaving en de bijbehorende gevolgen meer onder de aandacht te brengen. 

Deze blog werd geschreven door Laura Janssen voor de cursus Recente Ontwikkelingen in Risicogedrag, master PWO (Radboud Universiteit), 2021. 

Referenties

  1. Xu, S., Park, M., Kang, U. G., Choi, J. S., & Koo, J. W. (2021). Problematic use of alcohol and online gaming as coping strategies during the COVID-19 pandemic: A mini review. Frontiers in Psychiatry, 12.
  2. Wiederhold, B. K. (2020). Children’s screen time during the COVID-19 pandemic: boundaries and etiquette. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking23(6), 359-360. doi: 10.1089/cyber.2020.29185.bkw. 
  3. Donati, M. A., Guido, C. A., De Meo, G., Spalice, A., Sanson, F., Beccari, C., & Primi, C. (2021). Gaming among children and adolescents during the COVID-19 lockdown: The role of parents in time spent on video games and gaming disorder symptoms. International Journal of Environmental Research and Public Health18(12), 6642.
  4. King, D. L., Delfabbro, P. H., Billieux, J., & Potenza, M. N. (2020). Problematic online gaming and the COVID-19 pandemic. Journal of Behavioral Addictions9(2), 184-186.
  5. Trimbos (2020). Mentaal gezond de coronacrisis door: zeven adviezen. Verkregen via: https://www.trimbos.nl/kennis/corona/mentaal-gezond-door-de-crisis
  6. Fernandes, B., Biswas, U. N., Mansukhani, R. T., Casarín, A. V., & Essau, C. A. (2020). The impact of COVID-19 lockdown on internet use and escapism in adolescents. Revista de psicología clínica con niños y adolescentes7(3), 59-65.
  7. Rogier, G., Zobel, S. B., & Velotti, P. (2021). COVID-19, loneliness and technological addiction: Longitudinal data. Journal of Gambling Issues, (47).
  8. Van Rooij, A. J., & Boonen, H. (2017). Gameverslaving en diagnostiek. Handboek diagnostiek kinderen, jongeren, en gezinnen, 323-342.
  9. Schoenmakers, T., & Meerkerk, G.-J. (2010). Nieuwe vormen van verslaving in de zorg: ghb- en gameverslaving. Verslaving6(4), 36–49.

Trippen of Skippen? De mening van jongeren in Oost-Brabant over drugsgebruik

Al jarenlang staat Brabant bekend om de drugscriminaliteit in de provincie. Ook in de eerste helft van 2021 telt Brabant de meeste drugslabs in vergelijking met andere provincies in Nederland.1 Regelmatig verschijnen er nieuwsberichten dat de politie invallen heeft gedaan in drugslabs of dat er ergens drugsafval gedumpt is.2 Maar hoe denken jongeren in Oost-Brabant eigenlijk over drugs?

Laatst vertelde ik tijdens een etentje wat over mijn werk en onderzoeksinteresse en daardoor kwam het gesprek op drugsgebruik onder jongeren. Er was ook een studente aanwezig (toevallig afkomstig uit Brabant) die er spontaan uitflapte dat een vriendin van haar handelt in Ritalin, met name in de tentamenperiode. Dit werd even tussen neus en lippen door genoemd. En dat roept de vraag op of drugsgebruik onder jongeren steeds normaler is geworden.

Uit de gezondheidsmonitor van de GGD blijkt dat 30% van de Brabantse jongeren het gebruiken van harddrugs gewoon vindt, en 70% geeft aan het gebruik van softdrugs normaal te vinden.3 Betekent het normaal vinden van drugs gebruik dat jongeren zelf ook meer drugs gebruiken of dat de drempel om te experimenten minder groot is? Welke drugs gebruiken ze dan? Waarom gaan jongeren experimenteren met drugs? En op welke plek doen ze dat (bijvoorbeeld festival of thuis)? En (hoe) hangt het gebruik van drugs samen met de norm over drugsgebruik?

Deze (en meer) vragen zullen beantwoord worden in een onderzoeksproject ‘Drugs, wat doet het met jou?’. Dit is een samenwerkingsverband van 37 gemeenten in Oost-Brabant, de beide GGD-en en Novadic-Kentron.4 Met dit onderzoek wordt de mening en de norm van jongeren over drugsgebruik onderzocht.5 Drie van mijn Master PWO studenten mogen voor hun scriptietraject aansluiten bij dit project. Ze gaan mee op pad door Oost-Brabant om jongeren te attenderen op de vragenlijst. Dit om een zo groot en representatief mogelijke steekproef te krijgen. Als de data verzameld zijn dan gaan ze aan de slag met de dataset om, naast de rapportage die door het regioproject wordt gemaakt, nog een aantal verdiepende vragen te beantwoorden. Een super relevant en interessant project, dus ik kijk er naar uit om de studenten de rest van dit academische jaar hierbij te begeleiden.

Ben jij zelf tussen de 16 en 27 jaar en woon je in Oost-Brabant? Dan kun jij ook meedoen! Of je nou wel (eens) drugs gebruikt of dit nog nooit gedaan hebt, jouw mening telt! Vul de vragenlijst in via: www.trippenofskippen.nl De vragenlijst staat tot eind november open. Het invullen kost ongeveer 10 minuten van je tijd en zoals de organisatoren zelf zeggen: “je maakt kans op een ‘vette trip’ naar keuze!”. 

Deze blog werd geschreven door Jacqueline Vink (hoogleraar bij het Behavioural Science Institute, RU) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet. 

Referenties
1. https://www.bndestem.nl/brabant/zeeland-west-brabant-koploper-ontdekte-drugslabs-in-eerste-halfjaar-2021~a0ad9243/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
2. https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5232046/drugsafval-brabant-vvd-fractie-zorgen-gevaarlijk-kinderen
3. https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3967739/zeven-op-de-tien-jongeren-vinden-softdrugs-normaal-ggd-wil-meer-onderzoek
4. https://www.regioprojectdrugs.nl/  
5. https://www.skipdrugs.nl/het-onderzoek/

Hard worker or addicted to work? Delineating the (work-life) boundaries

The question of how to attain a good work-life balance is not new, but the COVID-19 pandemic and associated restrictions rekindled the debate. Working from home became the norm for many professions and this brought new challenges. For example, without the daily commute to our offices or no colleagues instigating a coffee break, we need to decide for ourselves when it is time to take a break and close our laptops. This left me wondering about those who already had difficulties with setting up work-life boundaries, even before these changes in lifestyle. 

Work addiction, or popularly termed workaholism by Oates (1971)1, is associated to uncontrollable urges and constant thoughts about work, feeling badly when not working – or refrained from work – and extreme work engagement. Although workaholism and work addiction are used as synonyms, some differences can be found between them. While the terms share common traits, such as the urges or compulsion to work, work addiction has been more associated to clinical criteria; namely, significant impairment in own life and/or relationships, or intention to decrease work hours without success.2,3 Thus, being an enthusiastic employee that works long hours does not automatically make you a work addict. 

You might be wondering whether some people are more at risk for experiencing this or it could be the influence of a very demanding work environment. The answer is, as it often happens, that it could be a bit of both.

Morkevičiūtė, Endriulaitienė, & Poškus (2021)4 conducted a systematic review and meta-analyses to identify the risk factors for workaholism and found two main explanations:

  1. Personal variable: perfectionism, a tendency to experience negative emotions, and being driven by external regulations (e.g.., obtain praise or fear of punishment) and high standards – more than by an emotional to the job.
  2. The influence of the context: a demanding work environment (e.g., workload, stress and competitiveness) can specially trigger compulsive work behaviours and, possibly, what we learned at home.

At this point, some of the readers of this blog might be skeptical: can we really consider these hard-workers addicted? Or are these the inventions of lazy people who over pathologize as an excuse? The truth is that neither workaholism nor work addiction are officially classified within the addictive related disorders or recognized in the diagnostic manuals. 

One reason that makes work addiction so difficult to diagnose is that exceeding work demands can also bring benefits and is celebrated by our society. This can be observed more clearly when compared to other less popular non-substance related addictions, such as gambling or shopping. It is important to mention that, progressively, the negative consequences will outweigh the positives. That colleague that was once recognized as a great employee might experiment a decline in productivity. It is only then when we notice that something is wrong. Regardless whether work addiction is or isn’t an official diagnosis, studies have linked it both to mental disorders and physical problems associated with stress (for example burn-out, depression, and cardiovascular diseases).2 Moreover, as it happens with most addictions, families can be severely affected by these behaviours.5

Now that we are cautiously getting back to the office, I would like to ask myself, and the readers, whether the forced home office during the pandemic helped us to delimit our own work boundaries. If the answer is ‘’not really’’, then I hope we have nice colleagues that will take us out of our work bubble to enjoy some coffee breaks.

This blog was written by Milagros Rubio (Radboud University) for RAD-blog, the blog about smoking, alcohol, drugs and diet.

References
1. Oates, W. E. (1971). Confessions of a workaholic: The facts about work addiction. World Publishing Company.
2. Atroszko, P. A. (2019). Work addiction as a behavioural addiction: Towards a valid identification of problematic behaviour. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry53(4), 284–285. 
3. Clark, M. A., Smith, R. W., & Haynes, N. J. (2020). The Multidimensional Workaholism Scale: Linking the conceptualization and measurement of workaholism. Journal of Applied Psychology105(11), 1281–1307. 
4. Morkevičiūtė, M., Endriulaitienė, A., & Poškus, M. S. (2021). Understanding the etiology of workaholism: The results of the systematic review and meta-analysis. Journal of Workplace Behavioral Health0(0), 1–22. 
5. Griffiths, M. D., Demetrovics, Z., & Atroszko, P. A. (2018). Ten myths about work addiction. Journal of Behavioral Addictions7(4), 845–857. 

Corona-gerelateerde stress en roken

Ruim de helft van de rokers geeft aan stress te ervaren door de coronacrisis. Veel rokers geven daarbij aan dat zij door deze stress meer zijn gaan roken.1 Volgens het Trimbos instituut gaven rokers tijdens de eerste golf aan vooral uit verveling meer te zijn gaan roken, nu blijkt dat stress een belangrijke factor is.1

Hoewel recent onderzoek uitwijst dat rokers verschillend op de coronacrisis reageren; bijna een kwart (24%) van de mensen die roken geeft aan dat zij door de coronacrisis meer zijn gaan roken en 16% geeft aan juist minder te zijn gaan roken1, worden er  weinig verklaringen gegeven waarom sommige rokers juist meer zijn gaan roken en anderen juist minder zijn gaan roken.2 Een verklaring hiervoor kan zijn dat dit beïnvloed wordt door coronacrisis-specifieke stress.3 Terwijl verveling, de beperking qua lichaamsbeweging en thuiswerken juist aansporen tot meer roken4, zijn de angst om corona te krijgen en hier erg ziek van te worden juist aanleiding om minder te roken.5 Er zijn ook rokers die door de vermindering aan sociale activiteiten door de lockdowns en crisis minder zijn gaan roken, dit zijn rokers die vooral roken op sociale gelegenheden, met vrienden of op een feestje.2 In Engeland verschijnen alarmerende berichten dat er grote toenames zijn in het aantal mensen dat is begonnen met roken tijdens de eerste lockdown. Vooral jongvolwassen, in lager sociaaleconomische groepen, zouden zijn begonnen met roken tijdens de eerste lockdown als gevolg van sociale isolatie en stress.6 Deze groep heeft ook te maken met financiële consequenties door de coronacrisis, wat zich kan uiten in meer stress. Meer gaan roken tijdens lockdowns werd ook geassocieerd met psychische klachten, zoals angst en depressieve klachten, vermindering van slaap, en een mindere kwaliteit van leven.7 Rokers met psychische klachten lijken extra kwetsbaar voor corona-relateerde stress wat zich uit hun rookgedrag. 

Terwijl de versoepelingen gunstige effecten hebben op eenzaamheid, sociale isolatie en verveling, zal het lastiger zijn om de slechte gewoonten te verbreken die tijdens de langere periodes van lockdowns ontwikkeld zijn. Deze gegevens benadrukken hoe belangrijk het is om stoppen met roken te faciliteren, al dan niet met publieke campagnes gericht op roken en omgaan met stress tijdens de coronacrisis. 

Deze blog werd geschreven door Maaike Koning (Hogeschool Windesheim en Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties
1. Trimbos (2021). Door stress tijdens de corona crisis roken rokers meer. Verkregen via: https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/door-stress-tijdens-de-coronacrisis-roken-rokers-meer
2. Bommelé, J., Hopman, P., Walters, B. H., Geboers, C., Croes, E., Fong, G. T., … & Willemsen, M. (2020). The double-edged relationship between COVID-19 stress and smoking: Implications for smoking cessation. Tobacco Induced Diseases18, 63.
3. Stanton, R., To, Q. G., Khalesi, S., Williams, S. L., Alley, S. J., Thwaite, T. L., … & Vandelanotte, C. (2020). Depression, anxiety and stress during COVID-19: associations with changes in physical activity, sleep, tobacco and alcohol use in Australian adults. International Journal of Environmental Research and Public Health17, 4065.
4. Sidor, A., & Rzymski, P. (2020). Dietary choices and habits during COVID-19 lockdown: Experience from Poland. Nutrients12, 1657.
5. Yach, D. (2020). Tobacco use patterns in five countries during the COVID-19 lockdown. Nicotine & Tobacco Research, 22, 1671-1672.
6. Jackson, S. E., Beard, E., Angus, C., Field, M., & Brown, J. (2021). Moderators of changes in smoking, drinking, and quitting behaviour associated with the first Covid-19 lockdown in England. Addiction.
7. Carreras, G., Lugo, A., Stival, C., Amerio, A., Odone, A., Pacifici, R., … & Gorini, G. (2021). Impact of COVID-19 lockdown on smoking consumption in a large representative sample of Italian adults. Tobacco Control

Welke jongeren zijn ‘kwetsbaar’ en waarom? COVID-19 biedt inzicht…

De literatuur laat zien dat het gewicht van jongeren met name toe lijkt te nemen bij jongeren met een pre-COVID-19 ‘kwetsbaarheid’, oftewel, bij jongeren met overgewicht.1 Hetzelfde lijkt te gelden voor specifieke aspecten van de mentale gezondheid van adolescenten. Ook daar verslechteren veelal juist dié adolescenten die voorheen al tot een verhoogde risicogroep behoorden, zoals jongeren met verhoogde depressieve problematiek of ADHD.2-4 Onderzoekers proberen nu (nog) meer inzicht te verkrijgen in de vraag waarom sommige jongeren kwetsbaarder en anderen juist weerbaarder zijn tijdens de COVID-19 situatie. Laatst hoorde ik iemand zeggen: “We zijn wel klaar met het COVID-19 sociaal-emotioneel gerelateerde onderzoek en we weten wel genoeg.” Is dat zo? 

In pre-COVID-19 longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van mentaal welbevinden van jongeren proberen onderzoekers vaak inzicht te verkrijgen in de causale volgorde van sociaal-emotionele relaties over tijd. De COVID-19 situatie is een groot sociaal experiment waarbij diverse belangrijke sociale voorspellers van welbevinden (tijdelijk) zijn gemanipuleerd. Als we als onderzoekers goed in kaart brengen welke (sociale) manipulaties hebben plaatsgevonden, dan biedt deze periode van onderzoek dus een unieke context voor sociaal-emotioneel onderzoek, met ook implicaties voor het post-COVID-19 tijdperk.

Uit COVID-19 onderzoek tot nu toe blijkt dat ouders een belangrijke rol spelen in het emotioneel welbevinden van hun adolescente kinderen. Zo zijn bijvoorbeeld meer conflicten met ouders en minder steun factoren die vooraf gaan aan een toename in mentale problematiek bij jongeren tijdens de COVID-19 situatie, terwijl positieve ouder-kind discussies mentaal welbevinden juist lijken te bevorderen.5,6 Het is belangrijk om te begrijpen wat er tijdens dergelijke ouder-kind interacties precies plaatsvindt en hoe we hier beter op kunnen ingrijpen. De ‘Experience Sampling Method’ (ESM) is een intensieve longitudinale data verzameling techniek die hier meer inzicht in kan geven doordat ouders en kinderen veelvuldig op meerdere momenten per dag korte vragen (per app) invullen. Daarom starten we binnenkort binnen het ‘G(V)OED voor elkaar’ onderzoeksproject met een ESM studie.

Zijn we dus klaar met het sociaal-emotioneel gerelateerde COVID-19 onderzoek? Ik denk van niet. We kunnen nog veel van deze periode leren. Zeker ook over bijvoorbeeld het functioneren en welbevinden van jongeren met overgewicht die zoals eerder benoemd een groter risico lopen op meer gewichtstoename ten gevolge van COVID-19 en daardoor vermoedelijk weer een toename in mentale problematiek zullen ervaren.7 Het is belangrijk is dat we meer inzicht krijgen in hoe we deze jongeren kunnen helpen. Ook hier kan COVID-gerelateerd onderzoek meer inzicht geven in de rol van ouders en de thuiscontext. Deze inzichten zijn belangrijk omdat ze de basis kunnen vormen voor de verdere ontwikkeling van creatieve en gepersonaliseerde interventies die meer oog hebben voor vermoedelijk veelal onbewuste en automatische patronen binnen de (sociale) gezinscontext.

Deze blog werd geschreven door Junilla Larsen (Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties
1. Khan MA, Menon P, Govender R, Samra A, Nauman J, Ostlundh L, Mustafa H, Allaham KK, Smith JE, Al Kaabi JM: Systematic review of the effects of pandemic confinements on body weight and their determinants. Brit J Nutr 2021:1-74.
2. Singh S, Roy MD, Sinha CPTMK, Parveen CPTMS, Sharma CPTG, Joshi CPTG: Impact of COVID-19 and lockdown on mental health of children and adolescents: A narrative review with recommendations. Psychiatry Res 2020:113429.
3. Bendau A, Kunas SL, Wyka S, Petzold MB, Plag J, Asselmann E, Ströhle A: Longitudinal changes of anxiety and depressive symptoms during the COVID-19 pandemic in Germany: The role of pre-existing anxiety, depressive, and other mental disorders. Journal of anxiety disorders 2021, 79:102377.
4. Breaux R, Dvorsky MR, Marsh NP, Green CD, Cash AR, Shroff DM, Buchen N, Langberg JM, Becker SP: Prospective impact of COVID‐19 on mental health functioning in adolescents with and without ADHD: protective role of emotion regulation abilities. J Child Psychol Psychiatry 2021.
5. Jones EA, Mitra AK, Bhuiyan AR: Impact of COVID-19 on Mental Health in Adolescents: A Systematic Review. Int J Environ Res Public Health 2021, 18(5):2470.
6. Magson NR, Freeman JY, Rapee RM, Richardson CE, Oar EL, Fardouly J: Risk and protective factors for prospective changes in adolescent mental health during the COVID-19 pandemic. J Youth Adolesc 2021, 50(1):44-57.
7.  Van den Broek N, Treur JL, Larsen JK, Verhagen M, Verweij KJ, Vink JM: Causal associations between body mass index and mental health: a Mendelian randomisation study. J Epidemiol Community Health 2018, 72(8):708-710.

Beste student: Blijf jij rookvrij op 31 mei?

Op 31 mei is het Wereld Niet Roken Dag. Deze dag is in 1987 door de World Health Organization in het leven geroepen om aandacht te schenken aan de gevaren van roken.1 Wereldwijd worden rokers aangemoedigd om (ten minste één dag) te stoppen met roken.2 Inmiddels zijn we 34 jaar verder en kunnen we deze dag nog niet afschaffen. Roken is nog steeds doodsoorzaak nummer 1 als je kijkt naar vermijdbare risico’s. Zware rokers verliezen gemiddeld 13 levensjaren, matige rokers 9 en lichtere rokers 5.3

In onderzoek naar roken gaat er niet vaak aandacht uit naar studenten. Maar juist nu, tijdens de coronacrisis, lijkt dit wel extra belangrijk. Om een indruk te geven van de cijfers heb ik gebruik gemaakt van een dataset die in het kader van een Internationale studie4 in mei 2020 verzameld is bij studenten van Nederlandse universiteiten en HBOs.a

Hoeveel studenten roken er eigenlijk?
Voor de coronacrisis rookte zo’n 12,1% van de studenten wekelijks (5,6%) of dagelijks (6,5%). Dat is 1 op de 8 studenten. Tijdens de eerste lockdown in mei 2020 rapporteert 11,6% van de studenten wekelijks (4,2%) of dagelijks (7,5%) te roken. 

Als we de situatie voor en tijdens de lockdown vergelijken dan blijkt dat 2,7% van de studenten  gestopt is met roken in de eerste lockdown, terwijl 2,3% aangeeft juist begonnen te zijn. Daarnaast was 9,4% van de studenten zowel voor als tijdens de corona crisis een roker en de rest (85,6%) een niet-roker. Het onderscheid in deze subgroepen is belangrijk. Voorlopige analyses laten namelijk zien dat juist de studenten die begonnen zijn met roken én de studenten die zijn blijven roken rapporteren dat hun werkdruk is toegenomen tijdens de coronacrisis, dat ze meer financiële zorgen hadden en dat ze meer verveeld waren dan andere (niet-rokende) studenten (zie figuur en voetnoot b). 

Zijn rokende studenten door de coronacrisis méér gaan roken?
Het antwoord is: ja. De studenten rookten voor de coronacrisis gemiddeld 6,7 sigaret per dag, en tijdens de eerste lockdown was dat 8,0 sigaret per dag.c Ongeveer 40% van de rokende studenten is evenveel blijven roken (-1 tot +1 sigaret per dag) terwijl 43,7% meer is gaan roken. Deze laatste groep is gemiddeld 5 sigaretten per dag meer gaan roken (van 6,3 naar 11,3).

Het Trimbos instituut concludeerde op basis van hun leefstijlmonitor: “mensen die blijven roken tijdens de coronacrisis, roken meer”.5 Uit ons onderzoek blijkt dat dit ook geldt voor studenten. Verder liet het Trimbos onderzoek zien dat rokers tijdens de coronacrisis vooral meer roken uit verveling of door stress.5 Dit lijkt ook van toepassing te zijn voor studenten. 

Stoppen met roken levert op elke leeftijd nog gezondheidswinst op. Ex-rokers die vóór hun 35e stoppen, hebben dezelfde levensverwachting als levenslange niet-rokers. Voor veel mensen is stoppen met roken een grote en moeilijke stap, maar misschien lukt het om te beginnen met 1 dag niet roken? Daarom mijn oproep voor studenten, en ook voor iedereen die geen student is: blijf jij 31 mei rookvrij? Al binnen 1 dag zijn er merkbare effecten (zie figuur). Kijk voor tips op https://www.ikstopnu.nl/31-mei-wereld-niet-roken-dag/

Deze blog werd geschreven door Jacqueline Vink (hoogleraar bij het Behavioural Science Institute, RU) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet. 

Met dank aan
De Nederlandse instellingen die mee hebben gedaan (met tussen haakjes de contactpersonen): Radboud Universiteit (Ellen Verbakel, Jacqueline Vink), In Holland (Rutger Kappe), Universiteit van Amsterdam (Claudia van der Heijde, Peter Vonk), Universiteit Maastricht (Anke Oenema), Wageningen Universiteit (Door van der Sloot), Universiteit Groningen, en nog een aantal onderwijsinstellingen met < 50 deelnemers.

Voetnoten
Er is een selectie gemaakt van studenten tussen de 17 en 28 jaar die de vragenlijst tot het einde afgemaakt hebben (N=10,600; gemiddelde leeftijd 21,8 jaar (SD 2,4); 29,0% man, 70,2% vrouw, 0,7% anders). Voor meer info over de dataset of over deze resultaten, mail naar: jacqueline.vink@ru.nl
Werkdruk: werkdruk studie toegenomen sinds coronacrisis? (1=sterk mee oneens, 5=sterk mee eens); Financiën: voldoende financiële middelen tijdens de coronacrisis? (1=sterk mee eens, 5=sterk mee oneens); Verveeld: Mei 2020 (dus tijdens eerste lockdown): geef aan hoe vaak je je in de afgelopen week verveeld voelde (1=(bijna) niet, 4=(bijna) altijd).
c Aantal sigaretten is gerapporteerd in een subsample van de rokende studenten, bij 1 van de onderwijsinstellingen is het aantal sigaretten niet uitgevraagd.

Referenties
1. World no tobacco day. https://nl.wikipedia.org/wiki/Werelddag_zonder_tabak
2. In Nederland: https://www.ikstopnu.nl/31-mei-wereld-niet-roken-dag/
3. Carin M.M. Reep-van den Bergh, Peter P.M. Harteloh en Esther A. Croes. Doodsoorzaak nr. 1 bij jonge Nederlanders: de sigaret. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2017;161: D1991
4. COVID-19 international student wellbeing study: https://www.uantwerpen.be/en/research-groups/centre-population-family-health/research2/covid-19-internation/
5. Door stress tijdens de coronacrisis roken rokers meer. Contactpersoon Marc Willemsen. https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/door-stress-tijdens-de-coronacrisis-roken-rokers-meer

Reuk- en smaakverlies door het coronavirus: Wat is de impact op ons eetgedrag?

Een veelvoorkomend symptoom van het coronavirus is het verlies van reuk en smaak1. Bij de meesten verbetert dit gelukkig binnen twee weken2, maar een klein deel ruikt en proeft zelfs maanden later nog steeds niks. Reuk en smaak dragen bij aan de eetbeleving. Zo kan het ruiken van een bepaald product de eetlust hiervoor opwekken. Denk bijvoorbeeld aan de geur van versgebakken brood of een appeltaart die net uit de oven komt. Het proeven van smaken draagt bij aan je gevoel van verzadiging. Daarnaast hebben reuk en smaak een belangrijke waarschuwingsfunctie, bijvoorbeeld voor het herkennen van verbrand en bedorven voedsel, vuur en rook, of een gaslucht.3 Wanneer je reuk- en smaakvermogen na een coronabesmetting dan opeens weg zijn, hoe kan dit dan je eetgedrag en -beleving beïnvloeden?

Onderzoek onder ex-coronapatiënten met reuk- en/of smaakverlies laat zien dat zo’n 85% van de ondervraagden het gevoel had minder te kunnen genieten van eten, en dat bij 55-65% de eetlust was afgenomen. Ook gaf meer dan de helft aan dat ze het gevoel hebben meer risico’s te lopen, waarbij vooral het niet herkennen van rook of vuur werd gezien als een groter gevaar. De impact van het niet kunnen ruiken en proeven was volgens de deelnemers zelfs veel breder dan alleen eetgedrag. Het merendeel van de had het gevoel dat hun algehele kwaliteit van leven hierdoor was afgenomen.4,5  

Daarnaast is het aannemelijk dat iemands eetgewoonten veranderen wanneer reuk- en smaakverlies door het coronavirus lang aanhoudt.6 Zo zou het verlies in plezier aan eten en het bereiden daarvan er mogelijk voor kunnen zorgen dat iemand minder gaat eten en daardoor afvalt. Een ander risico is dat iemand juist vaker kiest voor een (vaak ongezondere) kant-en-klaar maaltijd, wat weer kan leiden tot gewichtstoename. Daarnaast zou men ook minder kunnen genieten van gelegenheden die vaak in het teken staan van eten, zoals bijvoorbeeld Kerstmis of verjaardagen.7 Ondervoeding en gewichtsverandering zouden dus op de loer kunnen liggen, al zijn deze langdurige gevolgen nog niet wetenschappelijk onderzocht onder ex-coronapatiënten.

Al met al kan (langdurig) reuk- en smaakverlies door het coronavirus een grote impact hebben op iemands leven. Onderzoek hiernaar staat echter nog in de kinderschoenen. Er is dan ook veel wat we nog niet weten. Wil jij een bijdrage leveren? Doe dan mee aan het onderzoek van het Global Consortium for Chemosensory Research (GCCR). Door meer kennis te vergaren gaan we het steeds beter begrijpen, waardoor het hopelijk ook beter behandeld kan worden.

Deze blog werd geschreven door Desi Beckers (Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken alcohol drugs en dieet.

Referenties
1. Ibekwe, T. S., Fasunla, A. J. & Orimadegun, A. E. (2020). Systematic review and meta-analysis of smell and taste disorders in COVID-19. OTO Open, 4(3). doi:10.1177/2473974X20957975
2. Santos, R. E. A., da Silva, M. G., do Monte Silva, M. C. B., Barbosa, D. A. M., do Vale Gomes, A. L., Galindo, L. C. M., da Silva Aragão, R., & Ferraz-Pereira, K. N. (2021).Onset and duration of symptoms of loss of smell/taste in patients with COVID-19: A systematic review. American Journal of Otolaryngology, 42(2). doi:10.1016/j.amjoto.2020.102889
3. Boesveldt, S. & de Graaf, K. (2017). The differential role of smell and taste for eating behavior. Perception, 46(3-4). doi:10.1177/0301006616685576
4. Elkholi, S. M. A., Abdelwahab, M. K., & Abdelhafeez, M. (2021). Impact of the smell loss on the quality of life and adopted coping strategies in COVID-19 patients. Rhinology. doi:10.1007/s00405-020-06575-7
5. Coehlo, D. H., Reiter, E. R., Budd, S. G., Shin, Y., Kons, Z. A., Costanzo, R.M. (2021). Quality of life and safety impact of COVID-19 associated smell and taste disturbances. American Journal of Otolaryngology, 42(4). doi:10.1016/j.amjoto.2021.103001
6. Risso, D., Drayna, D., Morini, G. (2020). Alterations, reduction and taste loss: main causes and potential implications on dietary habits. Nutrients, 12(11). doi:10.3390/nu12113284
7. Erskine, S .E., & Philpott, C. M. (2019). An unmet need: Patients with smell and taste disorders. Clinical Otolaryngology, 45(2), 197-203

Van ‘gezellig’ gebruik naar thuis trippen?

Afgelopen weekend belandden zeven jongeren uit een studentenhuis in Nijmegen in het ziekenhuis als gevolg van een ‘slechte trip’ na het gebruik van een roze pil met Tesla-logo1. Zou dit ook gebeurd zijn als deze studenten niet opgehokt zaten door de avondklok? Studentenblad Vox uitte vorige maand haar zorgen over een kleine groep van recreatieve drugsgebruikende studenten die tijdens de coronacrisis meer drugs is gaan gebruiken2. Hoe is het drugsgebruik bij jongvolwassenen veranderd ten tijde van de coronacrisis? 

Door de coronamaatregelen staat onze mentale gezondheid onder druk. Discotheken en kroegen zijn al tijden gesloten en ook de festivals gaan aan onze neus voorbij. Tel daarbij op dat er weinig mogelijkheden zijn om samen te eten, te sporten of een borrel te drinken en je kunt je voorstellen dat jongvolwassenen zich geïsoleerd of eenzaam voelen. Amerikaans onderzoek tijdens de eerste lockdown (april – mei 2020) wees uit dat 1008 ondervraagde jongvolwassenen in grote mate last hadden van eenzaamheid (49%), depressieve symptomen (80%) en/of angstsymptomen (61%)3. Een belangrijke bevinding van de auteurs was dat een grotere mate van eenzaamheid samenhing met meer depressieve en angstsymptomen. Daarnaast ging een grotere mate van angstsymptomen gepaard met problematischer gebruik van drugs. 

Afbeelding van www.unsplash.com

Ook in Nederland werd grootschalig onderzoek gedaan naar veranderingen in middelengebruik door de coronacrisis. Het Trimbos Instituut publiceerde twee factsheets over onder andere het drugsgebruik tijdens de eerste lockdown (maart – mei 2020)4 en tijdens de eerste versoepelingen (juni – september 2020)5. Er werden zowel toe- als afnames gevonden in drugsgebruik, met daarbij verschillen tussen middelen en in locatie van gebruik. Als er een verandering plaatsvond in de frequentie en/of hoeveelheid van recreatief drugsgebruik tijdens de eerste lockdown4, dan was dit veelal: 
– Meer en/of vaker gebruik van bewustzijnsveranderende middelen zoals cannabis, 2-CB en truffels
– Minder en/of minder vaak gebruik van stimulerende middelen zoals cocaïne, ecstasy en amfetamine

Tijdens de eerste versoepelingen werden met name amfetamine, cocaïne en cannabis vaker (+40%) gebruikt5. De meestgenoemde redenen om vaker of meer drugs te gebruiken waren verveling (71%), niet uit (kunnen) gaan (54%) en/of nieuwsgierig naar nieuwe ervaringen (30%)4. Redenen om juist minder vaak of minder veel drugs te gebruiken waren met name niet uit (kunnen) gaan (80%), vrienden niet of minder zien (74%) en fysieke (26%) en/of mentale gezondheid (26%). 

Bovenstaande onderzoeksresultaten geven een beeld van de verschuivingen in drugsgebruik onder jongvolwassenen tijdens de eerste lockdown en de eerste versoepelingen. Gezien de strengere maatregelen en langere duur van de tweede lockdown is het mogelijk dat het drugsgebruik onder jongvolwassenen verder of anders is verschoven. Hoewel de coronacrisis enerzijds zorgt voor een afname in sociale situaties waarin jongvolwassenen doorgaans starten met drugsgebruik, waarschuwen onderzoekers anderzijds voor een verhoogde aanwezigheid van risicofactoren voor verslaving6. Op de lange termijn kunnen stress, sociale isolatie en verveling ten gevolge van de coronacrisis bijdragen aan het ontwikkelen van een verslaving. 

Helaas is de vraag of de zeven Nijmeegse jongeren ook in het ziekenhuis waren beland als we geen coronamaatregelen hadden niet eenvoudig te beantwoorden. Maar als er geen avondklok was geweest en deze jongeren weer uit konden gaan zoals voorheen, dan hadden ze misschien geen drugs genomen of waren ze zo slim geweest om de drug vooraf te laten testen bij een van de drugstestservices van het Trimbos Instituut. Hier kun je gratis en anoniem drugs laten testen, zie www.drugs-test.nl.  

Deze blog werd geschreven door Pauline Geuijen (Radboudumc) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet. 

Referenties

  1. Van Wijngaarden, L. (10 april 2021). Zeven jongeren naar ziekenhuis na slechte trip door drugs: ‘Ze leken compleet te flippen’, in: Gelderlander. Geraadpleegd via https://www.gelderlander.nl/nijmegen/zeven-jongeren-naar-ziekenhuis-na-slechte-trip-door-drugs-ze-leken-compleet-te-flippen~a9b35c1b/
  2. Noij, M., & Van Pelt, S. (3 maart 2021). Studenten nemen minder drugs en drank tijdens corona, maar ‘zorgelijke’ subgroep gebruikt meer, in: Vox Magazine. Geraadpleegd via https://www.voxweb.nl/nieuws/studenten-nemen-minder-drugs-en-drank-tijdens-corona-maar-zorgelijke-subgroep-gebruikt-meer  
  3. Horigian, V.E., Schmidt, R.D., & Feaster, D.J. (2021). Loneliness, Mental Health, and Substance Use among US Young Adults during COVID-19. Journal of Psychoactive Drugs, 53, 1-9. doi: 10.1080/02791072.2020
  4. Van Miltenburg, C.J.A., Van Laar, M.W., & Van Beek, R. (2020). Factsheet: De impact van COVID-19 en de coronamaatregelen op alcohol-, tabak- en drugsgebruik onder uitgaanders. Trimbos-instituut.
  5. Van Beek, R. J. J., van Miltenburg, C. J. A., Blankers, M., & Van Laar, M. (2021). Factsheet: Uitgaansgedrag en middelengebruik tijdens de coronapandemie. Trimbos-instituut.
  6. Sarvey, D., & Welsh, J.W. (2021). Adolescent substance use: Challenges and opportunities related to COVID-19. Journal of Substance Abuse Treatment, 122, 108212. doi: 10.1016/j.jsat.2020.108212

Hoe veranderen de sociale relaties en het mentaal welbevinden bij jongeren door de coronacrisis?

Het “G(V)OED voor elkaar corona-onderzoek”
“De coronacrisis is extra zwaar voor pubers: ‘Ze mogen niks’” kopt het Parool op 6 mei 2020.1 En inderdaad, de maatregelen die tijdens de coronacrisis worden genomen, hebben grote invloed op jongeren die zich in een unieke, zeer kritieke periode in hun ontwikkeling (lichamelijk, sociaal en mentaal) bevinden. Onder andere vanwege social distancing, het tijdelijk sluiten van de middelbare scholen en het inperken van de vrijetijdsbesteding kunnen essentiële ontwikkelingstaken (zoals het maken en behouden van vriendschappen2) beperkter tot uitvoer worden gebracht. Jongeren zijn als gevolg van de maatregelen meer aangewezen op de gezinssituatie en hebben minder mogelijkheden voor (offline) contact met hun leeftijdgenoten. De coronacrisis kan daarom ook wel gezien worden als een sociaal experiment. Het is echter nog onbekend wat de korte- en langere-termijn effecten zijn van dit “experiment” op het leven van jongeren en dat van hun ouders. 

Het is cruciaal om te onderzoeken wat de invloed van de coronacrisis is op de dynamiek binnen sociale relaties, en hoe deze sociale dynamiek vervolgens het mentaal welbevinden (denk aan gevoelens van depressie, eenzaamheid en stress) van jongeren bepaalt. Meer specifiek is het van belang om te onderzoeken welke jongeren negatieve effecten ondervinden (door bijvoorbeeld stress thuis, een slechte relatie met ouders of veranderende relaties met vrienden), en welke jongeren juist positieve effecten ervaren (door bijvoorbeeld intensivering van de goede relatie met ouders of het beperken van problematisch contact met klasgenoten). In een nieuw onderzoek, genaamd het “G(V)OED voor elkaar corona-onderzoek”, gaan wij in kaart brengen wat de gevolgen van de coronacrisis zijn op de sociale relaties (met ouders en vrienden), en wat de impact hiervan is op het mentaal welbevinden van (kwetsbare) jongeren. Op deze manier biedt dit onderzoek belangrijk inzichten in of – èn hoe – sociale systemen betrokken kunnen worden in de preventie en verbetering van mentale problematiek bij jongeren (als gevolg van de coronacrisis). 

Ons longitudinale “G(V)OED voor elkaar!” onderzoeksproject3, waarin wij de afgelopen jaren op drie momenten gegevens hebben verzameld over de sociale, mentale en fysieke ontwikkeling van jongeren en hun ouders, dient als de basis. De vierde en laatste onderzoeksmeting stond gepland voor het voorjaar van 2020, maar is uitgesteld vanwege de coronacrisis. Deze vierde onderzoeksmeting heeft daarom (online) plaatsgevonden in het najaar van 2020. Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van de coronacrisis breiden we het onderzoek uit met 3 online vragenlijstmetingen (onderzoeksmetingen 5, 6 en 7) in schooljaar ‘20/’21 bij jongeren en ouders. Ook zullen we een app-studie uitvoeren met verschillende korte metingen per dag gedurende een week bij een sub-groep jongeren en ouders. Zo combineren we onze gegevens van vóór de coronacrisis met gegevens tijdens en na de coronacrisis. Op dit moment worden gegevens verzamelend binnen de vijfde onderzoeksmeting. 

Nieuwe deelnemers gezocht!
Wij zoeken nog nieuwe deelnemers: jongeren (in de leeftijd van 16 tot en met 18 jaar) en een ouder uit hetzelfde gezin die willen meedoen aan ons online vragenlijstonderzoek. Meedoen betekent dat jullie 3 keer ieder een online vragenlijst invullen (in maart/april, juni en september 2021). Dit kost ongeveer een half uur per vragenlijst. Jullie ontvangen allebei voor iedere (volledig) ingevulde vragenlijst een bol.com cadeaubon van 5 euro binnen een week na het invullen. Daarnaast krijgen jullie ieder 5 euro extra als jullie alle 3 de vragenlijsten van dit onderzoek invullen. Jullie kunnen persoon dus 20 euro verdienen met het invullen van de vragenlijsten. Dat is in totaal 40 euro!


Bij vragen over het “G(V)OED voor elkaar corona-onderzoek” kunt u contact opnemen met het onderzoeksteam via goedvoorelkaar@pwo.ru.nl of via 0631132112 (WhatsApp). Bezoek ook eens onze website www.ru.nl/goedvoorelkaar! Dit project wordt mogelijk gemaakt door ZonMw.

Deze blog werd geschreven door Nina van den Broek (Radboud Universiteit, promovenda en projectleider van het “G(V)OED voor elkaar corona-onderzoek”) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties:
1. Van der Beek, H. (2020) De coronacrisis is extra zwaar voor pubers: ‘Ze mogen niks’. Het Parool, Verkregen via https://www.parool.nl/nieuws/de-coronacrisis-is-extra-zwaar-voor-pubers-ze-mogen-niks~b7ba5fc4/.
2. Hartup, W. W (1996). The company they keep: Friendships and their developmental significance. Child Development, 67, 1–13.
3. Van den Broek, N., Larsen, J. K., Verhagen, M., Burk, W. J. & Vink, J. M. (2020). Is adolescents’ food intake associated with exposure to the food intake of their mothers and best friends? Nutrients, 12, 786.

Bananen, biefstuk en Libanees platbrood: Verandert ons eetgedrag tijdens de COVID-19 pandemie?

Begin januari ontving ik een jaaroverzicht van PICNIC in mijn mailbox, waar ik sinds de coronacrisis geregeld mijn boodschappen bestel. Naast wat persoonlijke feitjes over 2020 (ik hoefde 331 kilo boodschappen niet zelf te sjouwen, oftewel: het gewicht van 11.033 dwerghamsters!) bevatte de mail ook een aantal opvallende algemene statistieken. Zo bleek dat biefstuk en Libanees platbrood in 2020 4 keer vaker werden gekocht dan in het jaar ervoor. De meest gekochte producten waren na een jaar echter onveranderd gebleven: melk, komkommer en bananen vormden nog steeds de PICNIC Top 3. Dit deed me afvragen: is ons eetgedrag gedurende de coronacrisis eigenlijk veranderd?

Er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat onze eetvoorkeuren en -patronen worden beïnvloed door de COVID-19 pandemie. Zo leiden de ingevoerde maatregelen zoals de (tijdelijke) sluiting van de horeca, scholen en kinderopvang, alsmede het thuiswerkdevies, waarschijnlijk tot een verandering in de dagelijkse routines en leefstijl.1 Mensen zijn vaker thuis, eten minder buitenshuis en hebben mogelijk meer tijd om te koken. Of juist minder tijd, in het geval van toegenomen werkdruk of zorgtaken. Daarnaast zijn verveling, stress en angst het afgelopen jaar significant toegenomen.2 Mogelijk werken deze gevoelens emotioneel eten (dat wil zeggen: eten om jezelf af te leiden, troosten of gerust te stellen) in de hand.3

Opvallend genoeg blijkt uit onderzoek in opdracht van het Voedingscentrum dat het overgrote deel van de Nederlanders (>80%) niet anders is gaan eten tijdens de eerste en de tweede coronagolf.4 Deze meest recente resultaten, die betrekking hebben op de tweede golf in november, zijn gebaseerd op een representatieve steekproef van 1265 Nederlandse volwassenen (18+). Ook andere bronnen rapporteerden dat het eetgedrag van de meeste Nederlanders gedurende de coronacrisis niet anders is dan normaal.5 Dit bevestigt maar weer dat eetgewoonten in veel gevallen bijzonder ingesleten en moeilijk te veranderen zijn.

Toch is een deel van de Nederlanders tijdens de tweede golf wel anders gaan eten: 9% at gezonder en 5% at ongezonder.4 De belangrijkste redenen om gezonder te eten waren het willen verhogen van de weerstand en het hebben van meer tijd en ruimte om bezig te zijn met gezond eten en koken. Redenen waarom ongezonder werd gegeten waren de toename in het aantal ongezonde verleidingen thuis en het aantal eetmomenten, maar ook gevoelens van stress en verveling. Verder bleek dat een deel van de Nederlanders tijdens de tweede coronagolf meer tijd nam om te eten (17%), meer groente en fruit at (17%) en zich bewuster was van zijn/haar eetgedrag (17%). Ook werd er door een deel meer snoep en snacks geconsumeerd (18%) en vaker eten besteld of afgehaald (30%). 

De Nederlanders die tijdens de tweede coronagolf het meest in hun eetgedrag waren veranderd (dus die zowel gezonder als ongezonder zijn gaan eten) waren hoogopgeleiden en jongvolwassenen onder de 30 jaar.4 Hoe dat komt is, is (nog) niet bekend. Mogelijk brengen deze resultaten groepen aan het licht die ook al voor de coronacrisis (minder) moeite hadden om gezond te eten. Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam, voorspelt dat deze verschillen tijdens de COVID-19 pandemie alleen maar groter worden.5 Dit is in lijn met resultaten uit Deens onderzoek, die laten zien dat personen met een ongezonder eetpatroon voor aanvang van de pandemie meer negatieve gevolgen ervoeren tijdens de coronacrisis (en specifiek de lockdown) wat betreft eten, beweging en gewicht dan personen die voor aanvang een gezonder eetpatroon hadden.6 Toekomstig wetenschappelijk (peer-reviewed) onderzoek onder de Nederlandse bevolking moet gaan uitwijzen wat de impact is van de COVID-19 pandemie op het eetgedrag van verschillende groepen binnen onze samenleving en waarom, en suggesties aandragen hoe de gezondheidsverschillen die naar aanleiding van deze crisis ontstaan kunnen worden beperkt.

Wil jij bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naar Nederlandse voedselvoorkeuren en -patronen? Wageningen University & Research heeft de app FoodProfiler ontwikkeld waarin je één keer per dag invult wat je hebt gegeten. Zo krijg je inzicht in je eigen eetprofiel en help je tegelijkertijd de wetenschap :).

Deze blog werd geschreven door Levie Karssen (gastonderzoeker bij de Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties
1. Yannakoulia, M., Panagiotakos, D. B., Pitsavos, C., Tsetsekou, E., Fappa, E., Papageorgiou, C., et al. (2008). Eating habits in relations to anxiety symptoms among apparently healthy adults: A pattern analysis from the ATTICA study. Appetite, 51, 519–25. doi: 10.1016/j.appet.2008.04.002
2. Ozamiz-Etxebarria, N., Mondragon, N. I., Santamaria, M. D., and Gorrotxategi, M. P. (2020). Psychological symptoms during the two stages of lockdown in response to the COVID-19 outbreak: an investigation in a sample of citizens in Northern Spain. Frontiers in Psychology, 11, 1491. doi: 10.3389/fpsyg.2020.01491
3. Di Renzo, L., Gualtieri, P., Pivari, F., Soldati, L., Attinà, A., Cinelli, G., et al. (2020). Eating habits and lifestyle changes during COVID-19 lockdown: An Italian survey. Journal of Translational Medicine18, 1–15. doi: 10.1186/s12967-020-02399-5
4. Flycatcher Internet Research in opdracht van het Voedingscentrum (2020). Eetgedrag en corona: Meting 2 november 2020. Geraadpleegd via https://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/voedingscentrum/Documents/Professionals/Pers/Persmappen/2e%20quickscan%20corona/Rapportage%20-%20Eetgedrag%20en%20corona%20(november%202020).pdf
5. Le Clercq, A. (29 april 2020). Lockdown leidt tot meer stress en ongezondere leefstijl, in: Volkskrant. Geraadpleegd via https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/lockdown-leidt-tot-meer-stress-en-ongezondere-leefstijl~b4800e04/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
6. Giacalone, D., Frøst, M. B., & Rodríguez-Pérez, C. (2020). Reported changes in dietary habits during the Covid-19 lockdown in the Danish population: The Danish COVIDiet study. Frontiers in Nutrition7, 294. doi: 10.3389/fnut.2020.592112

Overmacht of over macht? De inzet van geweldloos verzet in de strijd tegen agressie in residentiële jeugdzorg.

Ik kom thuis van een avonddienst op de woongroep. Terwijl ik mijn kleding over een stoel heen gooi, zie ik de schrammen en blauwe plekken op mijn been staan. Mijn collega zei: “We gooien hem wel even in de afzondering, dan komt hij vanzelf bij.” Nu pas bekruipt me het nare gevoel dat deze aanpak geen overmacht was, maar een daad uit wanhoop; een laatste redmiddel in de machtsstrijd, die de kinderen thuis al van ouders gewonnen hadden. Wij wilden ons als groepsleiding niet gewonnen geven. Of de winst vanavond behaald is? Ik lig met een rotgevoel in bed, net als de jongere. Er zijn enkel verliezers in deze strijd.

Copyright © NOS 2020

Vrijwel dagelijks heb ik, evenals vele zorgprofessionals, op het werk te maken met agressie. Een veelvoorkomend probleem wat op verschillende manieren beantwoord wordt. Waar de-escalerend werken de intentie is van vrijwel alle zorgprofessionals, worden jongeren nog regelmatig gefixeerd en deuren op slot gedraaid. Onderzoekers lieten al in de jaren ’70 en ’80 zien dat er sprake is van een vicieuze cirkel waarin opvoeders en kinderen over en weer proberen controle te verkrijgen door agressie te beantwoorden met het herpakken van de controle of macht door middel van vrijheidsbeperkende maatregelen, wat op zijn beurt weer agressie oproept1-2-3. Nieuwe inzichten zouden deze cirkel kunnen verbreken. De Non-Violent-Resistance methodiek (NVR), gericht op het onder ogen kunnen zien van machteloosheid en het verdragen daarvan, richt zich op het vinden van kracht en geweldloos verzet als antwoord op agressie. Onderzoekers lijken duidelijk: NVR is dé nieuwe methodiek om repressie te minimaliseren en daarmee agressie te verminderen en zelfs voorkomen. 

Tegengeluid kwam er in 2018 met een onderzoek waarin werd aangetoond dat het aantal agressie incidenten op een instelling na implementatie van NVR niet veranderde, echter zouden deze cijfers door transformaties binnen de instelling niet representatief zijn4. De afgelopen jaren zijn er steeds meer onderzoeken gedaan naar de methodiek, welke laten zien dat het aantal incidenten in residentiële instellingen significant afneemt als (in)direct gevolg van de training in NVR van medewerkers in meerdere instellingen5. Medewerkers geven aan dat toepassing van de methodiek zorgt voor meer gemoedsrust, reducering van stress en tijd om na te denken over hun reactie6. Een repressief groepsklimaat, wat onder andere gekenmerkt wordt door het verlies van autonomie van de cliënt, maakt door toepassing van NVR plaats voor een positiever groepsklimaat; een klimaat wat samenhangt met een forse afname van het aantal incidenten7

Met oog op deze resultaten heb ik als student Pedagogische Wetenschappen maar één strijd te winnen; de strijd tegen agressie in de residentiële jeugdzorg. Kunnen wij orthopedagogen van de toekomst de nieuwe Mahatma Ghandi’s en Martin Luther King’s worden en een revolutie veroorzaken in de zorg richting geweldloos verzet?

Deze blog, geschreven door Hilde van den Boom, is onderdeel van een serie gastblogs die geschreven zijn door studenten van de Master Pedagogische Wetenschappen voor de cursus Recente Ontwikkelingen in Risicogedrag van de Radboud Universiteit.

Referenties
1. Patterson, G. R. (1982). A social learning approach: coercive family process. Eugene ORL: Castalia Publishers. 
2. Watzlawick, P., Beavin, J. H., & Jackson, D. D. (1967). Pragmatics of human communication: a study of interactional patterns, pathologies and paradoxes. New York: W. W. Norton. 
3. Dörenberg, V. E. T., Veer, A. J. E., de, Francke, A. L., Embregts, P. J. C. M., Nieuwenhuizen, M. van, & Frederiks, B. J. M. (2018). Applying Restrictive Measures in the Care of Adolescents With Mild Intellectual Disabilities: Attitudes of Support Staff and Policy Implications. Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities, 15, 26-35.
4. Gink, K. van., Vermeiren, R., Goddard, N., Domburgh, L. van., Stegen, B. van der., Twisk, J., Popma, A., & Jansen, L. (2018). The Influence of Non-violent Resistance on Work Climate, Living Group Climate and Aggression in Child and Adolescent Residential Care. Childen and Youth Sevices Review 94, 456-465.
5. Visser, K. M., Jansen, L. M. C., Popma, A., Vermeiren, R., & Kasius, M. C. (2020). Adressing Agression in the Residential Setting for Juvelines with Mild Intellectual Disability trough Training in Non-Violent Resistance. Child Youth Care Forum.
6. Gink, K. van., Vissers, K., Popma, A., Vermeiren, R., Domburg, L. van., Stegen, B. van der, & Jansen, L. M. C. (2018). Implementing Non-violent Resistance, a Method to Cope with Aggression in Child and Adolescent Residential Care: Exploration of Staff Members Experiences. Archives of Psychiatric Nursing, 32, 353-359.
7. Tillart, J. van den., Eltink, E., Stams, G-J., Helm, P. van der., & Wissink, I. (2018). Agressive Incidents in Residential Youth Care. International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminoly, 62, 3991-4007.