Veel jongeren groeien op in een tijd waarin kwetsbaarheid steeds zichtbaarder is, maar nabijheid juist schaarser lijkt. Gesprekken over gevoelens spelen zich niet meer af aan de keukentafel, maar in commentsecties. Wie zich eenzaam, onzeker of uitgeput voelt, hoeft niet lang te zoeken: TikTok en AI staan voor je klaar. Is het niet met herkenbare verhalen, dan wel met diagnoses of troostende woorden. Online lijkt het makkelijker om begrepen te worden dan in het echte leven en dat maakt digitale zelfhulp zo aantrekkelijk.
Onderzoek laat zien dat sociale media jongeren kunnen helpen emoties beter te begrijpen en zich minder alleen te voelen (1). Het delen van persoonlijke ervaringen kan leiden tot sociale steun, een gevoel van gemeenschap en een verbeterd welbevinden. Daarnaast toont ander onderzoek aan dat AI-chatbots een laagdrempelige vorm van steun kunnen bieden aan mensen die moeite hebben hun gevoelens met een hulpverlener te delen (5). Omdat deze systemen altijd beschikbaar zijn en op een niet-oordelende, empathische manier reageren, kunnen ze gevoelens van stress verminderen en het psychologisch welzijn verbeteren.
Toch schuilt er een risico in deze digitale intimiteit. Algoritmen versterken emotioneel herkenbare content, waardoor jongeren vooral bevestiging krijgen van hun emoties (3). Wie zich herkent in één video, krijgt al snel tientallen vergelijkbare filmpjes te zien. Dat kan ervoor zorgen dat bestaande overtuigingen worden bevestigd en negatieve gevoelens worden versterkt. Chatbots lijken empathisch, maar missen context en klinisch inzicht, waardoor herkenning kan omslaan in verkeerde aannames of uitstel van professionele hulp (2). Sociale media kunnen zelfs een “diagnostische lus” creëren waarin jongeren zichzelf herkennen in content die hun zelfbeeld verder bevestigt.
De kracht én het gevaar van deze trend liggen in dezelfde behoefte: verbinding en controle. Sociale media en AI geven jongeren een gevoel van gehoord worden, maar vaak zonder de diepte en wederkerigheid van echt contact (3). Digitale zelfhulp is niet het probleem, maar hoe we ermee omgaan. Jongeren zoeken online steun omdat het anoniem en toegankelijk is, maar herkennen niet altijd wat betrouwbaar is (4). In plaats van digitale hulp te veroordelen, moeten we jongeren leren er kritisch en bewust mee om te gaan, met onderwijs dat hen helpt onderscheid te maken tussen herkenning en hulp, tussen empathie en expertise.
Misschien is het niet erg dat hulp begint achter een scherm, zolang het daar maar niet eindigt. Praat erover, zoek echt contact en gebruik online steun als opstap, niet als vervanging.
Deze blog werd geschreven door Britt Evers voor de cursus Recente Ontwikkelingen in Risicogedrag, master PWO, 2025.
Referenties
- Blair, J., & Abdullah, S. (2018). Supporting Constructive Mental Health Discourse in Social Media. In PervasiveHealth ’18: Proceedings of the 12th EAI International Conference on Pervasive Computing Technologies for Healthcare, 299–303. https://doi.org/10.1145/3240925.3240930
- Corzine, A., & Roy, A. (2024). Inside the black mirror: current perspectives on the role of social media in mental illness self-diagnosis. Discover Psychology, 4(1). https://doi.org/10.1007/s44202-024-00152-3
- Naslund, J. A., Bondre, A., Torous, J., & Aschbrenner, K. A. (2020). Social media and mental Health: benefits, risks, and opportunities for research and practice. Journal of Technology in Behavioral Science, 5(3), 245–257. https://doi.org/10.1007/s41347-020-00134-x
- Pretorius, C., Derek Chambers, Coyle, D., School of Computer Science, University College Dublin, Dublin, Ireland, & Connecting for Life, Health Service Executive, Cork, Ireland. (2019). Young People’s Online Help-Seeking and Mental Health Difficulties: Systematic Narrative review. In J Med Internet Res (p. 1) [Journal-article]. https://doi.org/10.2196/13873
- Vaidyam, A. N., Wisniewski, H., Halamka, J. D., Kashavan, M. S., & Torous, J. B. (2019). Chatbots and Conversational Agents in Mental Health: A review of the Psychiatric landscape. The Canadian Journal of Psychiatry, 64(7), 456–464. https://doi.org/10.1177/0706743719828977


Geef een reactie