Op donderdag 18 juni 2026 was het zover: Aafke en Nina vertrokken vanuit Nijmegen naar Incheon, Zuid-Korea, voor de conferentie van de International Society for the Study of Behavioural Development (ISSBD) 2026. Op zondag 21 juni begon de conferentie met een openingsceremonie en een keynote lecture over ouder worden. De volgende vier dagen zaten vol met symposia over een variatie aan onderwerpen zoals opvoeden, discriminatie en de effecten van sociale media op jeugd.
De conferentie was een rijke bron van inspiratie en informatie. Er waren veel mogelijkheden om te leren over onderwerpen, zoals over sociale media. Verschillende onderzoekers benadrukten dat het niet alleen gaat om schermtijd, maar vooral om wat jongeren online doen en ervaren. Daarnaast werd benadrukt dat effecten niet altijd negatief hoeven te zijn en sterk kunnen verschillen tussen individuen. We leerden over de nieuwe wetenschappelijke termen habitual smartphone use, met de focus op gewoonte in plaats van verslaving, en smartphone attachment, geïnspireerd op de literatuur over hechting. Ook het concept digital solitude kwam aan bod: adolescenten zijn soms fysiek alleen, maar blijven via hun telefoon voortdurend verbonden met anderen.
We leerden ook over nieuwe methodes. Zo was er een kwalitatief onderzoek waarbij in focusgroepen persona’s werden gecreëerd, om zo jongeren op een veilige en anonieme manier te laten praten over moeilijke onderwerpen. Daarnaast zagen we een innovatieve methode om informatie te verzamelen over actief socialemediagebruik, door onderzoeksassistenten de accounts van deelnemers te laten volgen, en vervolgens hun posts te coderen met behulp van de cyberethnographic codebook.1
Op dinsdag waren Aafke en Nina zelf aan de beurt om te presenteren. Aafke was voorzitter van het symposium: Digital lives of young people: Exploring patterns, interventions and wellbeing outcomes associated with digital technology use. Het symposium combineerde onderzoek naar de relatie tussen sociale mediagebruik en welzijn met inzichten uit interventiestudies. Aafke presenteerde haar onderzoek naar verschillende sociale mediaprofielen. Daaruit bleek dat zowel zeer weinig gebruik als problematisch gebruik samenhing met lager mentaal welzijn. Frequente gebruikers zonder kenmerken van problematisch gebruik rapporteerden juist een hoger welzijn. Het publiek stelde veel vragen en voelde zich geïnspireerd.
Vervolgens mocht Nina haar poster presenteren. Haar poster ging over hoe de sociale context van studenten (bijvoorbeeld woonsituatie en online posten over alcohol) samenhangt met enerzijds sociale drinknormen en anderzijds alcoholgebruik. Dit leidden tot leuke en interessante gesprekken met onderzoekers uit andere landen. Zo leek de Finse studentencontext en alcoholgebruik veel overlap met Nederland te hebben, terwijl dat in de Verenigde Staten of in Kenia niet vanzelfsprekend zo was.
Al met al gaf de conferentie ons veel positieve energie om verder te gaan met onderzoek. Het is goed om uit je eigen bubbel vanuit kantoor te komen en in contact te raken met mensen over de hele wereld om te praten over wat het onderzoek daadwerkelijk betekent. Zoals de voorzitter van de laatste sessie die we bezochten mooi verwoordde: onderzoek moet één van drie pilaren zijn, naast beleid en praktijk. Want wat hebben we aan onderzoek als het niet terechtkomt bij de personen die het nodig hebben? Samen vormen deze pilaren het fundament om jongeren op te laten groeien in een zo veilig mogelijke omgeving, waarin ze kunnen opbloeien tot gelukkige en verbonden individuen.
Referenties
- Boyd K, Bliss L, Fan T, Kern K, Carlson C, Moreno M, Cascio C, Selkie E. Directly Observing and Characterizing Adolescents’ Self-Generated Social Media Posts: Protocol for Creation and Implementation of a Cyberethnography Informed Codebook. JMIR Res Protoc 2026;15:e84461. DOI: 10.2196/84461

