Verslaafd aan je telefoonscherm? De effecten van smartphonegebruik op de mentale en emotionele gezondheid van jongeren

De kranten staan er vol mee en iedereen heeft er wel een mening over: smartphonegebruik. Op menig verjaardagsfeestje wordt hierover gediscussieerd met vaak een duidelijke generatiekloof: jongeren zweren bij hun mobiele telefoon en zien veel voordelen van alle technologische ontwikkelingen, terwijl oudere generaties huiverig zijn en vooral negatieve consequenties benoemen, zoals eenzaamheid en verslaving1. Moeten wij ons zorgen maken over de tijd die jongeren besteden op hun smartphones?

Ook veel wetenschappers houden zich bezig met deze vraag en ook hier zijn de meningen verdeeld. Enerzijds heeft een groep onderzoekers de noodklok geluid over de effecten van het smartphonegebruik van jongeren op hun psychologisch functioneren. Op basis van een grote studie2 waarin onderzoekers de opkomst van digitale technologie naast de toename in depressie en suïcide cijfers hebben gelegd, werd geconcludeerd dat jongeren die meer tijd besteden aan hun smartphones ook vaker depressieve of suïcidale klachten hebben. Jongeren die meer tijd besteden aan andere activiteiten, zoals sporten of huiswerk, laten juist minder psychische problemen zien. Op basis van deze resultaten, die breed zijn uitgemeten in de media, is er inderdaad grote reden tot zorg. En misschien belangrijker: dit beeld lijkt aan te sluiten bij de grote angst die veel ouders, hulpverleners en leerkrachten voelen ten aanzien van het smartphonegebruik van jongeren.

cell-phone-addiction

Echter, een andere groep onderzoekers probeert dit beeld wat te nuanceren door deze studie kritisch tegen het licht te houden3,4. Het feit dat deze twee ontwikkelingen namelijk vlak na elkaar plaatsvinden hoeft niet te betekenen dat het een door het ander veroorzaakt wordt. Er zijn veel andere factoren, zoals de genetische opmaak en de opvoeding van jongeren, die invloed hebben op de mentale gezondheid4. Bovendien is het veel waarschijnlijker dat het type activiteiten die jongeren online doen of met wie ze die activiteiten doen een grotere invloed hebben op hun psychische gezondheid dan alleen de hoeveelheid schermtijd4,5. Daarnaast zijn er meerdere studies die laten zien dat gematigd smartphone gebruik juist leidt tot een stijging in het psychisch welzijn van jongeren5,6.

Sociale media en games bieden namelijk een context voor creativiteit en socialiteit: gevoelens en gedachten kunnen gemakkelijker geuit worden, sociale vaardigheden en zelfvertrouwen kunnen worden getraind en jongeren kunnen gemakkelijker en langduriger met leeftijdgenoten in contact komen5,7,8. Bijna alle jongeren hebben dagelijks contact met vrienden via hun smartphones, voelen zich daardoor meer verbonden met hun vrienden en ontvangen daardoor meer sociale steun van hun vrienden5,8. Jongeren die geen smartphone hebben, missen dit soort sociale activiteiten die vaak fungeren als verlenging van face-to-face contact en kunnen zich daardoor juist eenzaam of buitengesloten voelen5. Recent Nederlands onderzoek laat ook zien dat er, gelukkig, maar relatief weinig jongeren problematisch sociale media of game gedrag vertonen7. Op basis van deze data lijkt het luiden van de noodklok minder noodzakelijk, hoewel er zeker meer onderzoek nodig is naar welke factoren kunnen leiden tot problematisch smartphonegebruik en daaraan gerelateerde psychische klachten.

Samenvattend weten we eigenlijk nog steeds te weinig om duidelijke conclusies te trekken. Voor nu lijkt het erop dat we te maken hebben met een zogenaamde u-curve: te weinig én te veel smartphone gebruik is niet wenselijk voor jongeren4,5. Voor ouders, hulpverleners en leerkrachten is het aan te raden om het schermgebruik van jongeren te monitoren, omdat jongeren inderdaad een ongezonde relatie ten aanzien van hun smartphone kunnen ontwikkelen7. Naast monitoring is interesse in zowel de online als offline leefwereld van jongeren van cruciaal belang: wat doen jongeren eigenlijk op hun mobieltje en wat maakt de aantrekkingskracht zo groot? Een gedeelte van de angst die volwassen voelen ten aanzien van smartphonegebruik kan namelijk liggen in onbegrip over hoe technologie is ingebed in het leven van jongeren1. Meer kennis hierover kan een gedeelte van deze zorg wegnemen1. In de toekomst is het noodzakelijk om een vinger aan de pols te houden, maar ook om ons onderbuikgevoel niet de overhand te laten krijgen en verandering als vooruitgang te zien.

Voor meer informatie over welke media voor welke leeftijden geschikt zijn en tips over smartphonegebruik en monitoring, zie dan https://www.commonsensemedia.org/. Om je eigen schermtijd bij te houden, kun je meerdere apps downloaden (Android: Quality Time; IOS: Moment). Wil je op de hoogte blijven van de effecten van sociale media en video games op de mentale en emotionele gezondheid van kinderen en jongeren, volg dan, naast onze RAD-blogs, ook onze blogs op www.gemhlab.com (over Games for Mental Health).

Deze blog werd geschreven door Hanneke Scholten (Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties
1. Boyd, D. (2014). It’s complicated: The social lives of networked teens. New Haven, CT: Yale University Press
2. Twenge, J. M., Joiner, T. E., Rogers, M. L., & Martin, G. N. (2018). Increases in depressive symptoms, suicide-related outcomes, and suicide rates among U.S. adolescents after 2010 and links to increased new media screen. Clinical Psychological Science, 6, 3-17. doi: 10.1177/2167702617723376
3. Daly, M. (2018). Social-media use may explain little of the recent rise in depressive symptoms among adolescent girls. Clinical Psychological Science, 6, 295-295. doi: 10.1177/2167702617750869
4. Nir, E. (2018). Social media has the “exact same negative effect on depression” as eating potatoes. Retrieved from: https://medium.com/behavior-design/social-media-has-the-exact-same-negative-effect-on-depression-as-eating-potatoes-2fcd2c1c4310
5. Przybylski, A. K., & Weinstein, N. (2017). A large-scale test of the goldilocks hypothesis: Quantifying the relations between digital-screen use and the mental well-being of adolescents. Psychological Science, 28, 204-215. doi: 10.1177/0956797616678438
6. Coyne, S. M., Padilla‐Walker, L. M., Holmgren, H. G., & Stockdale, L. A. (2018). Instagrowth: A longitudinal growth mixture model of social media time use across adolescence. Journal of Research on Adolescence. doi: 10.1111/jora.12424
7. Stevens, G., Van Dorsselaer, S., Boer, M., De Roos, S., Duinhof, E., Ter Bogt, T., Van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W., & De Looze, M. (2018). HBSC 2017. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht, NL: Trimbos Instituut.
8.Van Dorsselaer, S. A. F. M., Tuithof, M., Verdurmen, J. E. E., Spit, M., Van Laar, M. & Monshouwer, K. (2016). Jeugd en riskant gedrag 2015: Kerngegevens uit het peilstationsonderzoek scholieren. Utrecht, NL: Trimbos-instituut.

Geef een reactie