De (on)mogelijkheden van genetisch onderzoek naar verslaving

Er wordt enorm veel onderzoek gedaan naar de genetische oorzaken van middelengebruik en verslaving. Regelmatig verschijnt in de media bericht dat er genen zijn gevonden ‘voor’ bijvoorbeeld rookverslaving of cannabisgebruik. Maar wat kunnen we nou eigenlijk met deze informatie?

addiction genetics

Onmogelijk: genmodificatie
Een voor de hand liggende gedachte zou zijn om met de kennis die we nu hebben uiteindelijk methodes te ontwikkelen om ons genetisch materiaal aan te passen zodat we minder kans hebben om verslaafd te raken. Maar helaas: alle ethische en praktische kwesties nog daar gelaten is dit onmogelijk. Complex gedrag wordt door enorm veel genetische varianten beïnvloed, die allemaal maar een hele kleine invloed hebben. Deze varianten zijn niet alleen maar betrokken bij verslavingsgedrag, ze kunnen ook geassocieerd zijn met heel andere dingen. Dit heet ‘pleiotropie’ en zorgt ervoor dat verschillende kenmerken op genetisch niveau overlappen. Zo hebben we genetische varianten gevonden voor cannabisgebruik die ook invloed hebben op iemands persoonlijkheid en bijdragen aan een hoog opleidingsniveau1. Daar wil je liever niet aan knutselen!

Mogelijk: risicovoorspelling op groepsniveau
We kunnen ons genetisch materiaal dus niet veranderen, maar het zou ook al heel nuttig zijn als we konden bepalen hoe groot iemands genetische risico was om middelen te gebruiken of verslaafd te raken. Dit kunnen we doen aan de hand van de resultaten van genoomwijde associatie studies (GWAS). Dit zijn studies waarbij in het hele genoom wordt gekeken welke varianten een verband tonen met een kenmerk. Als we weten welke genetische varianten geassocieerd zijn met verslaving, kunnen we kunnen we per persoon een optelsom maken van het aantal risicovarianten (een zogenaamde ‘polygenetische risicoscore’) en daarmee voorspellen hoe groot de kans op verslaving is. Heel goed zijn deze voorspellingen helaas niet, vaak verklaren risicoscores slechts een paar procent van het verslavingsgedrag2. Daarom wordt dit alleen nog gedaan op groepsniveau in de onderzoekscontext.

Binnenkort mogelijk: risicovoorspelling in de praktijk
Als dit soort risicovoorspellingen preciezer wordt, zijn er veelbelovende mogelijkheden om deze toe te passen. Nu al bestaan er tests om te kijken of iemand een genetische variant heeft die geassocieerd is met de effectiviteit van een behandeling, zoals een test voor een OPRM1 variant die de effectiviteit van een medicijn tegen alcoholisme beïnvloedt3. Dit soort tests is nu nog beperkt zinvol, maar naarmate genetische testen goedkoper worden, de onderzoekspopulaties van genetisch onderzoek groter, en onze kennis van (zeldzame) genetische varianten rijker, is de kans groot dat we meer en meer precieze voorspellingen kunnen doen op basis van iemands DNA. Stel je voor dat we bijvoorbeeld met een krachtige polygenetische risicoscore konden bepalen of iemand gebaat zou zijn bij een behandeling om te stoppen met roken (iets wat in de onderzoekscontext al in beperkte mate lijkt te werken4), of dat we bij adolescenten al konden voorspellen wie er risico lopen op alcoholverslaving om onze preventies op hen te richten… Genetisch onderzoek zal in de toekomst enorm kunnen gaan bijdragen aan het bestrijden van middelengebruik en verslaving!

Deze blog werd geschreven door Joëlle Pasman (Radboud Universiteit) voor RAD-blog, het blog over roken, alcohol, drugs en dieet.

Referenties
1. Pasman, J. A., Verweij, K. J. H., Gerring, Z., Stringer, S., Sanchez-Roige, S., Treur, J. L., . . . Vink, J. M. (2018). GWAS of lifetime cannabis use reveals new risk loci, genetic overlap with psychiatric traits, and a causal influence of schizophrenia. Nature Neuroscience, 21(9), 1161-1170.
2. Vink, J. M., Hottenga, J. J., de Geus, E. J., Willemsen, G., Neale, M. C., Furberg, H., & Boomsma, D. I. (2014). Polygenic risk scores for smoking: predictors for alcohol and cannabis use? Addiction109(7), 1141-1151.
3. Sluiter, R. L., Kievit, W., van der Wilt, G. J., Schene, A. H., Teichert, M., Coenen, M. J., & Schellekens, A. (2018). Cost-effectiveness analysis of genotype-guided treatment allocation in patients with alcohol use disorders using naltrexone or acamprosate, using a modeling approach. European Addiction Research24(5), 245-254.
4. Musci, R. J., Masyn, K. E., Uhl, G., Maher, B., Kellam, S. G., & Ialongo, N. S. (2015). Polygenic score × intervention moderation: An application of discrete-time survival analysis to modeling the timing of first tobacco use among urban youth. Development and Psychopathology, 27(1), 111-122.

Geef een reactie