Tijdens de behandeling van verslaving kunnen mensen thuis in de verleiding komen om toch die sigaret op te steken, alcohol te drinken of een ander middel te gebruiken. Deze craving, oftewel hunkering of trek, ontstaat vaak op herkenbare momenten, bijvoorbeeld bij stress, somberheid of blootstelling aan een verslavingsgerelateerde prikkel. Lichaamsbeweging kan de behandeling van verslaving ondersteunen. Nog onvoldoende duidelijk is echter hoe, wanneer en voor wie beweging het meeste helpt. Het conceptuele Activity to Cope-model stelt voor om plezierige en haalbare beweging doelgericht in te zetten op het moment dat persoonlijke kwetsbaarheden voor craving of terugval optreden.
KERN
- Bewegen kan de stemming en emotieregulatie verbeteren, cognitieve functies ondersteunen en craving en reacties op verslavingsgerelateerde prikkels verminderen.
- Het model voorspelt dat bewegen mogelijk meer effect heeft wanneer het niet alleen algemeen wordt aanbevolen, maar ook expliciet wordt aangeleerd als antwoord op persoonlijke triggers en trek.
- Beweging wordt direct op het kwetsbare moment ingezet (just-in-time).
- De bestaande koppeling trigger → verslavingsgedrag wordt telkens onderbroken.
- Door herhaling kan een nieuwe aangeleerde koppeling in gedrag ontstaan, mogelijk ondersteund door veranderingen in onderliggende neurocognitieve processen: trigger → bewegen.
- Bewegen kan zowel een alternatief gedrag als een plezierige en belonende activiteit zijn die helpt bij het reguleren van craving en negatieve emoties.
- Plezier, keuzevrijheid en praktische uitvoerbaarheid zijn belangrijk, omdat de activiteit juist op
- kwetsbare momenten beschikbaar en vol te houden moet zijn.
WAT BETEKENT DIT?
Het Activity to Cope-model is een theoretisch raamwerk, gebaseerd op inzichten uit de literatuur. Vervolgonderzoek moet toetsen of het doelgericht koppelen van beweging aan persoonlijke triggers inderdaad meerwaarde heeft boven algemene beweegprogramma’s. Ook is nog onderzoek nodig naar voor wie deze aanpak werkt en welke activiteit, intensiteit, duur en timing het meest passend zijn.
In de praktijk kan samen met een behandelaar worden verkend:
- welke persoonlijke situaties, gevoelens of prikkels craving uitlokken
- welke plezierige activiteit op zo’n moment direct uitvoerbaar is, bijvoorbeeld wandelen of traplopen
- hoe een concreet als-dan-plan kan worden opgesteld, bijvoorbeeld: “Als ik stress of trek merk, dan ga ik tien minuten wandelen.”
- hoe beweging bij craving tijdens verslavingsbehandeling kan worden gecombineerd met een algemener of gestructureerd beweegprogramma.
Gestructureerde en regelmatige beweging kan bredere lichamelijke, affectieve en cognitieve voordelen bieden. Activity to Cope voegt daaraan een persoonlijke, just-in-time toepassing toe: bewegen op het moment dat iemand craving ervaart of kwetsbaar is voor terugval. Beide benaderingen kunnen elkaar dus aanvullen.
DETAILS
Larsen, J. K., Hollands, G. J., Kremers, S. P. J., Vink, J. M., & Wiers, R. W. (2026). How physical activity can reduce addiction through coping with craving vulnerabilities: The “Activity to Cope” model. Heliyon, 12, e45317. https://doi.org/10.1016/j.heliyon.2026.e45317
Beeld: Claire, R. (2020, December 8). A person walking in a park [Photograph]. Pexels. https://www.pexels.com/photo/a-person-walking-in-a-park-6126883/
Deze sci-fly werd geschreven door Junilla Larsen (Radboud Universiteit), voor RAD-blog, het blog over Roken, Alcohol, Drugs en Dieet.


Geef een reactie